Twee schutters, één schilder
Hoofdstuk 69
Terwijl Jessica en ik in Den Haag op zoek gaan naar de twee ‘op papier’ ontbrekende werken - het zelfportret van Apollo als schutter en het portret van Spinoza - richt Anita zich op het technische onderzoek van de twee gevonden schuttersportretten.
Antoinette heeft ondertussen een andere taak op zich genomen. Zij gaat uitzoeken of er in Den Haag, of misschien daarbuiten, nog locaties zijn waar de ontbrekende stukken zich zouden kunnen bevinden.
Het onderzoek gaat dus in drie richtingen tegelijk.
En misschien is dat precies wat nodig is om het spoor van Apollo verder te volgen.
Anita begint met het schilderij van Hendrik van der Spyck uit 1671.
Ze zet het onder het licht en blijft enige tijd zwijgend voor het schilderij staan. Niet direct om de verflaag te onderzoeken, maar om naar het gezicht te kijken. De ogen trekken onmiddellijk haar aandacht. Het zijn indringende ogen. De man kijkt niet boos, maar wel vastberaden. Er zit iets in zijn blik waardoor je het gevoel krijgt dat hij gewend is dat mensen naar hem luisteren.
Anita bestudeert het gezicht nog eens.
"Wat moet jij een indrukwekkende man zijn geweest," zegt ze zacht.
Hendrik van der Spyck straalt gezag uit. Niet het gezag van iemand die zich voortdurend hoeft te laten gelden, maar van iemand die weet dat zijn aanwezigheid voldoende is.
Het bijzondere is dat er, voor zover Anita kan nagaan, eigenlijk geen andere portretten van hem bekend zijn. Dit is de eerste keer dat Hendrik van der Spyck haar vanaf een schilderij aankijkt. En dat maakt het portret voor haar extra bijzonder.
Van der Spyck was geen onbeduidende Hagenaar. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden geraakt met een gebeurtenis die een heel andere bekende naam uit de zeventiende eeuw betreft: Benedictus de Spinoza.
Anita heeft zich daar inmiddels verder in verdiept.
Na de moord op de gebroeders De Witt wilde Spinoza naar buiten om zijn pamflet Ultimi Barbarorum bij de Gevangenpoort aan te brengen. De stemming onder de bevolking was echter uiterst gewelddadig. Van der Spyck zou hem hebben tegengehouden en ervoor hebben gezorgd dat Spinoza niet naar buiten ging.
Anita kijkt opnieuw naar het portret.
Ze kan zich het tafereel bijna voorstellen.
Deze man die voor haar staat, zou op zo'n moment niet hebben gediscussieerd. Hij zou eenvoudigweg voor de deur zijn gaan staan. En als hij had gezegd dat Spinoza er niet langs kwam, dan kwam Spinoza er niet langs.
"Je hebt hem waarschijnlijk zijn leven gered,” zegt Anita zacht.
Even blijft ze naar de ogen kijken.
Daarna schuift ze haar stoel naar het werkblad en begint het technische onderzoek.
En eigenlijk duurt het niet lang.
De verfopbouw klopt.
De behandeling van licht en donker klopt.
De manier waarop de huid is opgebouwd, de overgangen in de schaduwen en de kleine accenten in het gezicht sluiten aan bij wat Anita inmiddels kent van Apollo van Rijn.
Ook de bijzondere *sgraffito*-techniek die ze in eerdere werken heeft aangetroffen, is aanwezig. Met de gespleten penseeltop heeft Apollo op plaatsen waar dat nodig was fijne lijnen en kleine structuren in de nog vochtige verflaag aangebracht.
Anita hoeft nauwelijks nog aantekeningen te maken.
Het schilderij vertelt haar eigenlijk zelf wat ze al verwachtte.
Ze doet nog een laatste controle en leunt vervolgens achterover.
Ze kijkt naar het portret van Van der Spyck.
"Je bent het echt,” zegt ze.
Dan schrijft ze onderaan haar onderzoeksrapport:
Status: Authentiek verklaard.
Ze legt haar pen neer.
Het tweede schilderij staat al klaar.
Anita kijkt er even naar voordat ze het onder de lamp schuift.
Het is Elvis.
En hoewel Anita inmiddels gewend is geraakt aan de aanwezigheid van deze grote zwarte hond op zeventiende-eeuwse schilderijen, blijft dit portret indrukwekkend.
Misschien zelfs indrukwekkender dan dat van Van der Spyck.
Waar het eerste schilderij vooral gezag uitstraalt, is hier iets anders aanwezig.
Trouw.
Kracht.
Onverzettelijkheid.
Elvis staat daar alsof hij zijn plaats kent en niemand van plan is hem die plaats af te nemen.
Anita moet even glimlachen.
"Als jij zo voor me stond, zou ik wel een straatje omlopen.”
Ze buigt zich dichter naar het schilderij.
De ogen van Elvis lijken haar rechtstreeks aan te kijken.
Niet dreigend.
Maar wel op een manier die geen ruimte laat voor twijfel.
Anita denkt maar aan één ding.
'Daar moet je geen ruzie mee krijgen.'
Ze begint aan het technische onderzoek.
Ook hier verlopen de controles zoals verwacht.
De verfopbouw wijkt nergens af van wat ze inmiddels van Apollo kent. De donkere vacht is opgebouwd uit verschillende lagen. De lichte haren op de borst zijn met trefzekere penseelstreken aangebracht. De gouden versieringen van de schutterskleding zijn zorgvuldig uitgewerkt.
Ook hier is de hand van Apollo duidelijk herkenbaar.
Het lijkt bijna alsof Apollo voor Anita geen geheimen meer heeft.
Ze kent zijn licht.
Ze kent zijn donker.
Ze kent zijn manier van schilderen.
Ze kent zijn 'sgraffito'.
Ze kent inmiddels zelfs de kleine eigenaardigheden die een ander misschien nooit zouden opvallen.
Anita voert de laatste controles uit en noteert haar bevindingen.
Ook dit schilderij is authentiek.
Ze wil het onderzoek al afsluiten wanneer haar oog valt op iets kleins.
Heel kleins.
Ze schuift haar stoel iets dichter naar voren.
"Even kijken…”
Ze pakt de microscoop en stelt de vergroting opnieuw af.
Eerst ziet ze niets bijzonders.
Dan beweegt ze het preparaat iets.
Daar.
Een minuscuul donker stukje.
Anita knippert met haar ogen.
Ze kijkt opnieuw.
Het is geen verfvlek.
Geen pigmentkorrel.
Geen beschadiging van het oppervlak.
Het lijkt op…
"Een houtsplintertje?”
Ze stelt de microscoop nog iets scherper.
Het stukje hout is microscopisch klein, maar onmiskenbaar.
Anita blijft ernaar kijken.
Ze zegt niets.
Er is op dat moment ook niemand in het laboratorium die naar haar luistert.
Ze maakt een foto en noteert zorgvuldig de plaats waar het fragment is aangetroffen.
Dan zegt ze zacht:
"Dit moet ik eens goed bekijken.”
Ze blijft nog even zitten.
Het is maar een splintertje.
Een minuscuul stukje hout dat waarschijnlijk door niemand ooit zou zijn opgemerkt als het niet toevallig onder haar microscoop was beland.
Maar Anita weet inmiddels dat je bij oude schilderijen nooit te snel moet besluiten dat iets onbelangrijk is.
Ze kijkt nog een keer naar Elvis.
Daarna naar het kleine beeld op haar monitor.
Een glimlach verschijnt op haar gezicht.
"Dit,” zegt ze tegen zichzelf, "is wat voor morgen in het teamoverleg.”
Ze zet de verlichting van de microscoop uit.
Het laboratorium wordt weer stil.
En op het scherm blijft alleen het kleine houtsplintertje zichtbaar.
Onderzoeksdossier – Werk 14
Titel: Hendrik van der Spek in schutters kledij.Datering: 1671
Techniek: Olieverf op doek
Status: Authentiek verklaard
Onderzoeksdossier – Werk 15
Titel: Elvis in schutters kledij.Datering: 1671
Techniek: Olieverf op doek
Status: Authentiek verklaard
Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.
Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.