De Legende van Apollo van Rijn

De verloren meester terug gevonden

Stof, spinnenwebben en muizen.

Hoofdstuk 37

"Waar moeten we eigenlijk naar zoeken?"
"Geen idee."
"Wat hoop je te vinden?"
"Geen idee."
"Waar hoop je op?"
"Nog steeds geen idee."

Dat was letterlijk de eerste conversatie die Jessica en ik voerden toen we de verlaten boekwinkel binnenstapten. En het bijzondere was: geen van beide antwoorden was gespeeld. Ik wist werkelijk niet waar ik naar zocht.

In boekhandel Jacob, waar te beginnen met uitzoeken.

"We zoeken gewoon naar iets dat ons op een spoor kan zetten," zei ik uiteindelijk. "Een naam, een schets, een brief... iets waarvan we allebei voelen dat het belangrijk is."

"Of een volgend schetsboekje," vulde Jessica lachend aan.

"Die zou ik niet afslaan."

Nog voordat we goed en wel begonnen waren, riep Jessica vanaf de achterkant van de winkel.

"Kom eens kijken! Er is ook nog een kelder."

De houten trap kraakte bij iedere stap. Beneden leek de tijd volledig stil te hebben gestaan.

Overal stonden dozen opgestapeld. Oude boekenkasten zakten gevaarlijk scheef. In een hoek stond een massief houten bureau met daarnaast een stoel die waarschijnlijk al tientallen jaren niemand meer had gebruikt. Een dikke laag stof bedekte werkelijk alles. Spinnenwebben hingen tussen de balken en meerdere dozen waren zichtbaar aangevreten door muizen.

Jessica keek langzaam de ruimte rond.

"Waar moet je hier in hemelsnaam beginnen?"

"Geen idee," antwoordde ik opnieuw.

Op de toonbank boven had ik een doos stofmaskers zien liggen. Kennelijk waren de broers hier zelf ook al achter gekomen.

"Zet dat ding maar op," zei ik tegen Jessica. "En wees voorzichtig. We weten niet wat hier allemaal instort."


We besloten de taken te verdelen.

Jessica begon beneden.
Ik nam de zolder voor mijn rekening.

Jessica zit in de kelder van boekhandel Jacob achter een oud bureau

De zolder bleek nauwelijks beter dan de kelder.

Dozen vol vergeelde boeken stonden tot aan de nok opgestapeld. Terwijl ik langzaam de eerste dozen doorzocht, probeerde ik mijn zoektocht enige richting te geven.

Mijn gevoel vertelde me dat we geen zeldzaam gedrukt boek hoefden te zoeken.


In 1655 had Christoffel Plantijn zijn beroemde drukkerij, de Officina Plantiniana, hier in Antwerpen gevestigd. De eerste drukken uit die periode waren tegenwoordig kostbare museumstukken. Die zouden hier vrijwel zeker niet meer tussen liggen.

Het grootste deel van wat ik opensloeg bleek afkomstig uit de negentiende of vroege twintigste eeuw.

Kookboeken.
Bijbels.
Schoolboeken.
Een bundel handgeschreven gedichten.
Een vergeeld schetsboekje van een onbekende tekenaar.

Voor verzamelaars zaten hier ongetwijfeld bijzondere exemplaren tussen, maar voor ons onderzoek leek het nauwelijks iets op te leveren.

Langzaam begon het besef door te dringen dat een week zoeken misschien volstrekt onvoldoende zou zijn.


Plotseling klonk uit de kelder een scherpe gil.

Direct gevolgd door een indrukwekkende verzameling onvervalste Haagse vloekwoorden.

Ik kon mij niet aan de indruk onttrekken dat Jessica ergens stiekem een medische encyclopedie had geraadpleegd om haar vocabulaire zo professioneel uit te breiden.

Toen ik beneden kwam, zat ze midden tussen de brokstukken.

De stoel waarop ze had gezeten lag in minstens zes onderdelen om haar heen.

"Gaat het?"

Ze keek me aan en begon zelf te lachen.

"Ja hoor. Meer geschrokken dan iets anders."

"Je dacht zeker dat die stoel nog uit de garantieperiode kwam?"

"Ik dacht vooral dat hij nog één persoon kon dragen."

Op datzelfde moment klonk een langgerekt gekraak.

We keken tegelijk naar het oude bureau.

"Volgens mij..."

Verder kwam Jessica niet.

Met een enorme dreun zakte het complete bureau in elkaar. Het blad brak doormidden, laden schoten alle kanten op, boeken gleden over de vloer en een enorme stofwolk vulde de hele kelder.

Een paar seconden zagen we helemaal niets.

Toen de stof langzaam neerdaalde, begonnen we allebei tegelijk te hoesten.

"Misschien," zei ik terwijl ik mijn stofmasker weer recht trok, "is het toch verstandiger als we voorlopig niet meer helemaal alleen in een ruimte werken."

Jessica schudde haar hoofd.

"Nee hoor. Dan lopen we elkaar alleen maar in de weg."


Wel besloot ze voorlopig de kelder even te verlaten. Aan het einde van de dag waren we allebei smerig, stoffig en doodmoe.

Onze opbrengst?

Niets.

Helemaal onder het stof verlaten Robert en Jessica de boekhandel met het kasboek.

De volgende ochtend begonnen we opnieuw. Alsof de teleurstelling van gisteren nooit had bestaan. Jessica verdween weer richting de kelder.

"Voorzichtig."

"Jij ook."

"Uiteraard."

Nog geen uur later hoorde ik haar mijn naam roepen. Dit keer zonder gevloek. Ze kwam de trap op met een donkerbruin boek onder haar arm.

"Volgens mij heb ik iets."

Voorzichtig legde ze het op een tafel. De leren band was uitgedroogd. De rug hing nog maar net aan elkaar. Ze sloeg de eerste bladzijde voorzichtig open. "Een kasboek," zei Jessica. Tussen de vervaagde regels stonden namen, data, bedragen en verkochte artikelen. Ze wees op een van de eerste regels.

"... de Vos – 2 februari 1659 – Cladde – 8 stuivers – S-lg – V."

"Tenminste... dat denk ik."

Mijn aandacht bleef direct hangen op één woord.

1659.

Ik pakte mijn telefoon erbij. "De Vos..." Na enkele minuten begon het te dagen. "Dat zou heel goed Simon de Vos kunnen zijn." Jessica keek nieuwsgierig mee. "De Antwerpse schilder?"

"Precies."

Ik las verder.

"En Cladde... dat is waarschijnlijk een zeventiende-eeuws woord voor een kladboek of schetsboekje."

"En die acht stuivers?"

"Klinkt als een heel normale prijs."

Ze wees naar de afkortingen achter de regel.

"En die letters?"

"S-lg zou heel goed voor het Sint-Lucasgilde kunnen staan."

"En die V?"

"Die laat ik voorlopig nog even open."

Ik keek opnieuw naar het boek.

"Jessica... dit zou zomaar precies het soort document kunnen zijn waar we al die tijd naar zochten."

Omdat het papier bij iedere beweging leek te verkruimelen, besloten we het niet verder in de stoffige winkel te onderzoeken. Aan het einde van de tweede dag stond de teller op drie kasboeken.


1659.
1675.
1681.


Alle drie gingen voorzichtig mee naar het hotel.

Die avond legde ik het oudste kasboek op het bureau van onze hotelkamer. Met katoenen handschoenen sloeg ik bladzijde voor bladzijde om. Steeds meer bekende namen verschenen.


Gerard de Jode.
Lucas van Uden.
Abraham Ortelius.


Mijn hartslag begon langzaam te stijgen.

Toen bleef mijn blik hangen.

Bovenaan een nieuwe pagina stond een naam.

Of beter gezegd...

Bijna een naam.

De eerste letter was grotendeels verdwenen onder een donkere inktvlek die zich eeuwen geleden over het papier had verspreid.

... van Rijn

Daaronder stonden drie aankopen.


16 oktober 1659 – 1 Pocketbook – 20 stuivers – V
2 december 1659 – 10 vellen tekenpapier – 5 stuivers – V
21 december 1659 – 4 Cladde – 32 stuivers – V


Ik bleef zwijgend naar de beschadigde naam kijken.

Jessica boog zich naast me.

"Zie jij wat ik zie?"

"Ja..."

"Je denkt aan Apollo?"

Ik knikte langzaam.

"Maar ik denk óók aan Rembrandt."

Jessica keek me vragend aan.

"1659..." zei ze zacht. "Rembrandt leefde toen nog."

"Precies. En hij heette ook Van Rijn."

We keken opnieuw naar de vervaagde letter.

Als daar ooit een A had gestaan, kon het Apollo zijn geweest.

Maar als het een R was...

...dan was deze hele ontdekking ineens veel minder bijzonder.

Voor het eerst sinds lange tijd voelde een belangrijke vondst niet als een antwoord, maar als een nieuwe vraag.

Ik sloot het kasboek voorzichtig.

"Dit gaan we niet zelf invullen," zei ik. "Anita en Julia zullen hier met een frisse blik naar moeten kijken."

Jessica knikte.

"Misschien bewijst dit helemaal niets."

"Misschien," antwoordde ik.

"Maar misschien is dit juist het begin van iets veel groters."


Beneden in de hotellounge bestelde ik een Jack Daniel's.

Jessica hield het bij een Fruitige Spritz.

Terwijl we zwijgend onze glazen optilden, lag het eeuwenoude kasboek veilig opgeborgen in mijn tas.

Het had ons nog geen antwoorden gegeven.

Maar wel een nieuw raadsel.

Boekhandel Jacob igeeft een geheim prijs, een kasboek uit 1659.
Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.
« Vorige Overzicht Volgende »

Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.