De Legende van Apollo van Rijn

De verloren meester teruggevonden

Eetcafé Sushi en Bier.

Hoofdstuk 36

Nu de zomervakanties langzaam ten einde liepen, druppelde iedereen weer het Rijksmuseum binnen. Bij de koffieautomaat vlogen de vakantieverhalen over tafel: wandeltochten door Nepal, fietsvakanties over de Alpen, of een proefrit met een tweedehands Kip-caravan op een boerencamping in Schipluiden. Iedereen had wel iets bijzonders meegemaakt.

Jessica had zich, geheel volgens de ongeschreven traditie van veel achttienjarigen uit de Haagse regio, een week laten onderdompelen in het uitgaansleven van Chersonissos. Ze vertelde met een grote glimlach over zon, zee, gyros en nachten die eigenlijk veel te kort waren geweest. Het was prettig om haar weer zo ontspannen te zien na alle maanden van intensief onderzoek.

Er was echter ook afscheid genomen. Julia Greenflower had ons team verlaten voor een prachtige kans bij het Smithsonian Institution in Washington D.C., waar ze onderzoek ging doen naar achttiende-eeuwse Amerikaanse kunst. We gunden haar die stap van harte, al zou haar scherpe blik tijdens onze onderzoeken zeker gemist worden.

Greeting from Martinique familie Jansen

Tussen de stapel post lag ook een ansichtkaart van de familie Jansen uit het Caribisch gebied. Op de voorkant stonden ze vrolijk zwaaiend met een cocktail in de hand, met op de achterkant de tekst: "Beste allemaal, even genieten na alle drukte. Dankzij jullie kijken we met heel andere ogen naar kunst!" Ik glimlachte. Voor hen was het avontuur even voorbij, maar voor ons begon het eigenlijk pas.

Ik pakte mijn notitieboek erbij en schreef de vragen op die nog altijd onbeantwoord waren. Hoe was zijn laatste schilderij uiteindelijk in de keuken van de familie Jansen beland? En waarom was Apollo van Rijn destijds in Zeeland terechtgekomen?

Samen met Antoinette ten Bruggencate begon ik opnieuw te brainstormen over het spoor naar Zeeland. Langzaam ontstond een theorie die verrassend logisch klonk: misschien was Zeeland nooit het einddoel geweest, maar slechts een tussenstop.

Na het faillissement van Rembrandt in 1656 was er voor Apollo weinig toekomst meer in Amsterdam. Antwerpen daarentegen was, ondanks de Tachtigjarige Oorlog, nog altijd een bruisend centrum van kunst en cultuur. De stad ademde de erfenis van Peter Paul Rubens en Antoon van Dyck — een plaats waar een jonge schilder zich kon ontwikkelen zonder voortdurend in de schaduw van Rembrandt te staan. Ik besloot mijn onderzoek voorlopig naar Antwerpen te verplaatsen.

Een paar dagen later liep ik opnieuw door de vertrouwde straat waar Boekhandel Jacob gevestigd was. Al van verre zag ik dat er iets niet klopte. De etalage was half leeg en waar vroeger stapels oude boeken lagen, hing nu een felgekleurd pamflet op het raam:

Ik bleef verbijsterd stilstaan. Van alle combinaties die ik had kunnen bedenken, stond deze toch echt onderaan de lijst. Op dat moment kwamen twee jonge mannen met verfspatten op hun kleding naar buiten. "Eej, als ge nog een boekske wilt kopen, zijt ge te laat," lachte de grootste van de twee.

"Wat is er met de eigenaar gebeurd?" vroeg ik. De glimlach verdween onmiddellijk van zijn gezicht. "Jacob is een paar maanden geleden overleden. Hij had geen familie meer, dus wij hebben het pand gekocht." – "En alle boeken?" – "Die horen er ook bij. Waarschijnlijk gaat het meeste naar de stort. Oude encyclopedieën, vergeelde paperassen... niemand zit daar nog op te wachten."

Die woorden deden bijna pijn. Ik vertelde wie ik was, over het schetsboek dat ik hier eerder had gevonden en over het onderzoek naar Apollo van Rijn. De jongens keken elkaar aan. "Ge moogt gerust zoeken," zei de ander. "Wij beginnen volgende week pas met slopen. Als er tussen die oude rommel nog iets zit dat voor u van belang is, haalt ge het er maar uit."

Ik keek de donkere boekwinkel binnen. Het stof danste in de zonnestralen die door de hoge ramen naar binnen vielen. Overal stonden dozen, kasten en stapels boeken die al tientallen jaren niet meer waren aangeraakt. Mijn ervaring had me inmiddels één ding geleerd: de grootste ontdekkingen kondigen zich zelden aan. Ze liggen verscholen op plekken waar niemand meer kijkt.

Mijn verstand zei dat ik waarschijnlijk niets zou vinden, maar mijn gevoel zei precies het tegenovergestelde. Ik aarzelde geen moment en belde Jessica. "Heb je morgen iets gepland?" – "Niet echt," antwoordde ze. "Hoezo?" – "Ik sta voor Boekhandel Jacob."

Even bleef het stil aan de andere kant van de lijn. "Niet wéér..." zei ze. "Jawel." – "Heb je iets gevonden?" – "Nog helemaal niets." – "Waarom bel je dan?"

Ik keek naar het grote pamflet voor het raam. "Omdat de boekhandel verdwijnt. Definitief." Het bleef weer even stil. "Ik stap nu in de auto," zei Jessica vastberaden. "Boek een kamer voor me in het Novotel Antwerpen, dan zie ik je morgen om acht uur bij het ontbijt!"

Man kijkt naar poster van Eetcafé Sushi en Bier bij Boekhandel Jacob

Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.

« Vorige Inhoud Volgende »

Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.