Maak de juiste keus.
Hoofdstuk 35
Soms is een ontdekking niet het einde van een onderzoek, maar het begin van een heel ander verhaal.
Een paar dagen nadat duidelijk was geworden dat het schilderij in de keuken van de familie Jansen geen werk van Ferdinand Bol was, maar een onbekend schilderij van Apollo van Rijn, belde ik meneer en mevrouw Jansen op.
"Zullen we ergens rustig een kop koffie drinken?" stelde ik voor. "Er is inmiddels zoveel gebeurd dat het verstandig is alles nog eens op een rijtje te zetten."
We spraken af op een gezellig terras aan een Amsterdamse gracht. De lente liet zich van haar mooiste kant zien. Bomen stonden in bloei, toeristen voeren langzaam voorbij in rondvaartboten en het geroezemoes van de stad vormde een aangename achtergrond. Toch wist ik dat dit gesprek voor de familie Jansen belangrijker zou worden dan ze zich waarschijnlijk konden voorstellen.
Ik nam plaats tegenover hen en wachtte tot de koffie werd gebracht.
"Voordat we ergens over beginnen," zei ik, "wil ik één ding heel duidelijk maken."
Ze keken me vragend aan.
"Ik ben onderzoeker. Geen kunsthandelaar en geen onderhandelaar. Wat jullie ook besluiten, ik zal daar geen enkele rol in spelen. Mijn taak eindigt bij het vaststellen van de herkomst van het schilderij. De keuze is volledig aan jullie."
Mevrouw Jansen knikte begrijpend.
"Dat vinden we juist prettig," antwoordde ze. "Dan weten we tenminste dat uw advies eerlijk is."
Ik glimlachte.
"Er zijn eigenlijk vier mogelijkheden."
Ik begon ze één voor één uit te leggen.
"Jullie kunnen het schilderij zelf houden. Dat is misschien de meest emotionele keuze. Het heeft jarenlang bij jullie in huis gehangen."
Meneer Jansen keek zijn vrouw aan.
"Nou..." zei hij lachend. "In de keuken komt hij in ieder geval niet meer terug."
"Nee hoor," vulde mevrouw Jansen direct aan. "Ik koop wel een mooie poster voor boven de eettafel."
We moesten er alle drie om lachen.
"De tweede mogelijkheid," vervolgde ik, "is het schilderij zelf verkopen. De derde is het via een gerenommeerd veilinghuis laten veilen."
Ze luisterden aandachtig.
"Maar dan komt natuurlijk de vraag: wat is zo'n schilderij eigenlijk waard?"
Ik haalde diep adem.
"Dat is onmogelijk exact te zeggen. Toch zijn er wel vergelijkingen te maken."
Ik pakte enkele aantekeningen uit mijn map.
"In 2018 werd bij Sotheby's in Londen een zelfportret van Ferdinand Bol geveild voor ongeveer zevenhonderdnegentigduizend pond. Omgerekend bijna negenhonderdduizend euro."
Ze wisselden een blik.
"Het schilderij De Bemiddelaar van Apollo van Rijn bracht vorig jaar in New York drieënveertigduizendvijfhonderd dollar op. Maar toen wist nog niemand wie Apollo van Rijn eigenlijk was. Dat werk werd verkocht als een schilderij van een onbekende meester."
Ik liet de woorden even bezinken.
"Nu ligt dat totaal anders."
Ik vervolgde:
"Vergelijkbare museumwaardige schilderijen worden tegenwoordig regelmatig op ongeveer één miljoen euro gewaardeerd. En een onlangs herontdekt portret van Ferdinand Bol werd op ongeveer een half miljoen euro getaxeerd."
Aan de overkant van de tafel bleef het een paar tellen stil.
Niet omdat het bedrag hen hebzuchtig maakte.
Maar omdat niemand ooit verwacht dat een schilderij dat tientallen jaren boven een keukenkast heeft gehangen ineens een vermogen blijkt te vertegenwoordigen.
"Er is overigens nog een vierde mogelijkheid," zei ik.
Ze keken weer op.
"Het schilderij in langdurige bruikleen geven aan een museum."
"Hoe bedoelt u?" vroeg mevrouw Jansen.
"Het museum zorgt dan voor de verzekering, de beveiliging en het onderhoud. Jullie blijven eigenaar. En als de komende jaren nog meer schilderijen van Apollo van Rijn worden ontdekt, zal de kunsthistorische betekenis alleen maar groter worden. Daarmee kan ook de waarde verder stijgen."
Meneer Jansen glimlachte vriendelijk.
"Dat klinkt heel verstandig."
Hij keek even naar zijn vrouw.
"Maar wij zijn inmiddels op een leeftijd gekomen waarop we liever niet nog tien of twintig jaar vooruit plannen."
Mevrouw Jansen knikte instemmend.
"Laat de volgende generatie zich daar maar druk om maken."
Ik begreep hun keuze volkomen.
Voordat we afscheid namen gaf ik hen het visitekaartje van een bevriende kunsthandelaar.
"Iemand die ik volledig vertrouw," zei ik. "Hij zal jullie eerlijk adviseren en uitsluitend jullie belangen behartigen."
Meer wilde ik er niet over zeggen.
De beslissing moest helemaal van henzelf blijven.
Precies een week later ging mijn telefoon.
Het scherm vermeldde de naam van de directeur van het Rijksmuseum.
Zodra ik opnam klonk zijn zware stem.
"Zeg eens even... wat heb jij de familie Jansen allemaal verteld?"
Ik schoot bijna in de lach.
Ik kende hem inmiddels goed genoeg om de gespeelde verontwaardiging direct te herkennen.
"Goedemorgen directeur," antwoordde ik droog. "Met mij gaat het prima. Fijn dat u ook even informeert."
Aan de andere kant bleef het een seconde stil.
Daarna begon hij hard te lachen.
"Je trapt er ook nooit meer in."
"Nee," zei ik. "Dus vertel maar."
Zijn stem werd weer serieus.
"Ik wilde je eigenlijk bedanken."
Hij vertelde dat de familie Jansen na verschillende gesprekken uiteindelijk had besloten het schilderij aan het Rijksmuseum te verkopen.
Voor precies…
één miljoen euro.
"En weet je," vervolgde hij, "ik gun het ze van harte. Zonder hun nieuwsgierigheid, hun vertrouwen en hun medewerking was dit onderzoek nooit zover gekomen. Wij zien het niet alleen als de aankoop van een bijzonder schilderij, maar ook als een investering in alles wat het onderzoek naar Apollo van Rijn ons nog gaat opleveren."
Dat vond ik misschien nog wel het mooiste compliment van allemaal.
Diezelfde middag ging opnieuw mijn telefoon.
Mevrouw Jansen.
"Ik wilde u nog één keer persoonlijk bedanken."
Ik hoorde de blijdschap in haar stem.
"We zijn vanmorgen meteen naar het reisbureau geweest."
"O ja?" vroeg ik.
"We hebben eindelijk die cruise geboekt waar we al jaren over droomden."
Ik glimlachte.
"Dat hebben jullie meer dan verdiend."
"We gaan ervan genieten."
"Dat hoop ik ook."
Toen moest ze lachen.
"O ja... bijna vergeten."
"Het Rijksmuseum heeft ons verteld dat we een persoonlijke museumkaart krijgen."
"Zolang we leven mogen we gratis naar binnen."
"Dat lijkt me een prachtige herinnering," zei ik.
"Natuurlijk," antwoordde ze.
"Maar weet u..."
"Ik denk dat ik toch eerst die poster voor in de keuken ga bestellen."
We schoten allebei in de lach.
En eerlijk gezegd vond ik dat misschien wel de mooiste bestemming voor een keuken waar ooit, zonder dat iemand het wist, een meesterwerk van Apollo van Rijn had gehangen.
Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.
Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.