Speurwerk met geluk – Apollo heeft een naam
Zomaar een naam gevonden tussen de dozen, of toch meer dan alleen een naam.
Soms verandert een onderzoek niet door jarenlang zoeken, maar door één onverwacht telefoontje.
Dat gebeurde toen de Londense antiquair Patricia Harvey contact met ons opnam. Zij had onlangs een bijzondere verzameling tekeningen verworven uit een oude nalatenschap die terug te voeren was op de collectie van de beroemde kunstverzamelaar Sir Peter Lely. Lely bezat in de zeventiende eeuw één van de indrukwekkendste verzamelingen tekeningen van Europa. Na zijn overlijden werd de collectie in verschillende veilingen verkocht, waarbij de opbrengst destijds het astronomische bedrag van ongeveer 26.000 pond bereikte.
Tussen de vele honderden tekeningen bevond zich een klein mapje met studies van de hand van Gerbrandt van den Eeckhout, één van Rembrandts meest talentvolle leerlingen. Op het eerste gezicht leken het eenvoudige schetsen, maar één detail maakte ze uitzonderlijk. Ze stelden geen mensen of Bijbelse taferelen voor, maar katten.
Dat alleen al was opmerkelijk voor de zeventiende eeuw.
Nog verrassender was dat de dieren niet anoniem waren gebleven. Bij ieder kitten stond zorgvuldig een naam genoteerd, aangevuld met een persoon of bestemming. Arthur ging naar Grietje Leydeckers, Armani naar Van Deventer, Aleks naar Cristina Pauliss en Arnold naar Utrecht.
Bij het vijfde kitten stond slechts één woord.
Hier.
Naast het woord stond de naam Apollo.
Een tweede schets toont Arthur afzonderlijk, terwijl een derde uitsluitend Apollo afbeeldt. Op beide tekeningen is duidelijk dezelfde sierlijke, langharige kat te herkennen die zoveel overeenkomsten vertoont met de mysterieuze kat op het onlangs ontdekte schilderij. Een vierde studie laat bovendien de moederpoes zien, omringd door haar vijf kittens. Samen vormen de vier schetsen een zeldzame blik in het dagelijks leven van Rembrandts atelier.
Juist het eenvoudige woordje hier bleek de belangrijkste aanwijzing van allemaal. Waar de andere kittens een nieuwe eigenaar of bestemming kregen, bleef Apollo kennelijk achter op de plek waar de schets werd gemaakt: het atelier van Rembrandt.
Daarmee viel een belangrijk puzzelstuk op zijn plaats.
Gerbrandt van den Eeckhout werkte tussen 1635 en 1640 als leerling in Rembrandts atelier. Wanneer de schetsen inderdaad uit die periode dateren, ligt het voor de hand dat Apollo omstreeks 1639 zijn intrek nam tussen de ezels, verfpotten en doeken. Van de moederpoes wordt daarna niets meer vernomen. Waarschijnlijk vervolgde zij, zoals zoveel katten in die tijd, haar eigen weg zodra de jongen oud genoeg waren.
Voor het eerst had de onbekende kat een naam.
Apollo.
En hoewel nog altijd niemand wist waarom juist deze kat zo'n bijzondere plaats in het atelier innam, was één ding inmiddels duidelijk geworden: Apollo was geen toevallige bezoeker geweest, maar een vaste bewoner van Rembrandts werkplaats.