Schetsboek nader onderzocht
Terug in Amsterdam laat het schetsboek mij geen moment meer los. De vluchtige schetsen die Jessica in Antwerpen had opgemerkt blijken misschien veel belangrijker dan we op dat moment konden vermoeden. Zodra ik weer thuis ben, neem ik contact op met Anita van den Berg. Als Senior Provenance Researcher beschikt zij over de kennis én de apparatuur om het materiaal grondig te analyseren.
Ik overhandig haar het schetsboek en de losse vellen die ertussen lagen. Antoinette en Julia zijn er eveneens bij, maar al snel wordt duidelijk dat zij in dit stadium weinig kunnen toevoegen. Het onderzoek vraagt nu vooral om laboratoriumwerk: microscopie, papieranalyse, pigmentonderzoek en vergelijking van de tekenstijl.
Daarna volgt een periode van wachten.
Twee weken later gaat mijn telefoon.
"Ik denk dat je maar even langs moet komen," zegt Anita. Aan haar stem hoor ik direct dat ze iets interessants heeft ontdekt.
In het laboratorium liggen de schetsen zorgvuldig uitgespreid op een grote onderzoekstafel. Naast iedere tekening liggen notities, foto's onder UV-licht en microscopische opnamen van papiervezels en potloodlijnen.
"Het eerste nieuws is misschien teleurstellend," begint Anita. "We kunnen niet met honderd procent zekerheid vaststellen dat deze schetsen van Apollo van Rijn zijn."
Ze kijkt even naar mijn reactie voordat ze verdergaat.
"Maar..." zegt ze met een glimlach, "...we kunnen óók niet bewijzen dat ze niet van hem zijn."
Dat klinkt misschien als een dooddoener, maar binnen de wereld van kunsthistorisch onderzoek is zo'n conclusie juist veelzeggend. Zonder sluitend bewijs wordt niets uitgesloten.
Daarna schuift Anita twee stapeltjes tekeningen naar voren.
"Wat we wél met zekerheid kunnen zeggen, is dat dit schetsboek niet door één tekenaar is gemaakt."
Ze wijst naar de grootste stapel.
"Deze tekeningen vertonen een uitzonderlijk vaste hand. De anatomie klopt, de lijnen zijn verfijnd en de details zijn met grote precisie uitgewerkt. Op basis van stijlvergelijkingen schatten we met ongeveer vijfennegentig procent zekerheid dat deze van Apollo afkomstig zijn."
Vervolgens legt ze haar hand op de kleinere stapel.
"Deze twaalf schetsen zijn duidelijk van een lager niveau. Ze lijken sterk op de andere tekeningen, maar missen de vanzelfsprekendheid van de meester. Alsof iemand probeerde dezelfde technieken na te bootsen."
Ik bekijk de schetsen aandachtig.
"Een leerling?" vraag ik.
Anita knikt langzaam.
"Dat is op dit moment onze meest waarschijnlijke verklaring. Het lijkt alsof Apollo een voorbeeld tekende en iemand anders het direct daarna probeerde na te maken. Dat patroon zien we vaker bij kunstenaarsateliers uit de zeventiende eeuw."
Ze schuift vervolgens een microscoop mijn kant op.
"Maar er is nóg iets."
Op het scherm verschijnt een sterk vergrote haar.
"Zoals verwacht hebben we opnieuw kattenharen gevonden. Dat past volledig binnen alles wat we inmiddels over Apollo weten."
Ze wisselt van afbeelding.
"Maar deze viel ons direct op."
Een lange, zwarte haar vult het beeld.
"Geen kattenhaar?"
Anita schudt haar hoofd.
"Nee. Dit is zonder twijfel een hondenhaar."
Even blijft het stil.
Een hond.
Tot nu toe draaide vrijwel iedere ontdekking rondom katten. Ze waren overal aanwezig: op de schilderijen, in de documenten en zelfs tussen de verfsporen. Maar een hondenhaar veranderde het beeld. Niet omdat het direct antwoorden gaf, maar juist omdat het een nieuwe vraag opriep.
Van wie was die hond?
En belangrijker nog...
Waarom lag die haar tussen de schetsen van Apollo van Rijn?
Het schetsboek had opnieuw een geheim prijsgegeven. En ik kreeg steeds sterker het gevoel dat we nog maar aan het begin stonden van een veel groter verhaal.
Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.
Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.