Pluisje hangt in de keuken.
Hoofdstuk 31
Jessica zat net haar aantekeningen van de afgelopen weken bij te werken toen haar telefoon begon te trillen. Het nummer was onbekend.
"Met Jessica."
"Goedemorgen, spreek ik met Jessica van het Rijksmuseum?"
"Ja, daar spreekt u mee."
"Mijn naam is Jansen... Mevrouw Jansen. Ik hoop dat ik u niet stoor."
Jessica rechtte haar rug. Die naam zei haar niets.
"Nee hoor, zegt u het maar."
"Ik bel eigenlijk naar aanleiding van een verzoek van Kunst en Kitsch. Ze vroegen mij u terug te bellen zodra ik weer thuis was. Dat heeft wat langer geduurd dan gepland. Mijn man en ik waren met de camper naar Kroatië. Prachtig land trouwens. Wat een natuur... en die kust... werkelijk schitterend."
Jessica glimlachte. Ze wist inmiddels hoe zulke telefoongesprekken vaak verliepen.
"Dat klinkt heerlijk."
"Dat was het ook. Maar goed... ik begreep dat u belangstelling had voor een schilderij dat ik bezit."
Jessica voelde haar hartslag iets versnellen.
"Mag ik vragen... heeft u het schilderij nog?"
"Jazeker."
"Waar hangt het?"
"In de keuken."
Jessica keek even voor zich uit. In de keuken...
"Mag ik vragen of het nog steeds hetzelfde schilderij is dat u destijds aan Kunst en Kitsch hebt laten zien?"
"Ja hoor. Het hangt er al jaren. Eigenlijk kijk ik er nauwelijks meer naar."
Jessica stelde zich kort voor en vertelde over het onderzoek naar de schilder Apollo van Rijn. Ze legde uit dat meerdere onbekende schilderijen onverwacht met elkaar in verband bleken te staan en dat juist haar schilderij mogelijk belangrijk kon zijn.
Aan de andere kant van de lijn bleef het even stil.
"Nou," zei mevrouw Jansen uiteindelijk, "als het zo bijzonder is, mag u best eens komen kijken."
"Wanneer zou het uitkomen?"
"Morgenmiddag? Zeg... twee uur?"
Jessica pakte direct haar agenda.
"Veertien uur. Dat is perfect."
"Ik woon in de Jordaan. Dat is voor u vast niet ver."
"Nee, dat is zelfs heel dichtbij."
Nadat ze had opgehangen bleef Jessica nog even glimlachend naar haar telefoon kijken.
Ze stond en informeerde Robert.
"Robert!"
Hij keek op van zijn bureau.
"Goed nieuws?"
"Volgens mij wel."
De volgende middag wandelden Jessica en Robert vanaf het Rijksmuseum richting de Jordaan. Het was zo'n Amsterdamse middag waarop de zon zich af en toe tussen de wolken liet zien. Op de grachten dobberden woonboten rustig op het water terwijl toeristen foto's maakten van de eeuwenoude gevels.
"Eigenlijk blijft dit toch een bijzondere stad," zei Robert terwijl ze een brug overstaken.
Jessica knikte.
"Je loopt hier letterlijk tussen zevenhonderd jaar geschiedenis."
Niet veel later stonden ze voor een smal grachtenpand. Mevrouw Jansen deed open voordat Jessica had kunnen aanbellen.
"Wat fijn dat u er bent. Kom binnen."
Het huis voelde warm en gezellig. De geur van verse koffie kwam hen direct tegemoet.
"In de Jordaan ontvang je niemand zonder koffie," lachte mevrouw Jansen. "En ik heb nog iets lekkers gehaald."
Even later stonden drie dampende kopjes koffie op tafel, vergezeld door een schaal met gemberbolussen.
"Kent u deze?"
Robert schudde zijn hoofd.
"Nee."
"Typisch Amsterdams," vertelde mevrouw Jansen trots. "Een gemberbolus. Ooit bedacht door Joodse bakkers rondom het Waterlooplein."
Jessica proefde voorzichtig.
"Heerlijk."
"Dat hoor ik vaker."
Pas nadat de koffie op was stond mevrouw Jansen op.
"Kom maar mee. Het schilderij hangt nog precies waar het altijd heeft gehangen."
Ze liepen de kleine keuken binnen.
Daar hing het. Jessica voelde direct een lichte teleurstelling. Het doek was donker. Veel donkerder dan ze had verwacht. Een dikke, gelige laag van tientallen jaren kookdampen en vet had zich als een waas over het schilderij gelegd. Alsof iemand er een bruine sluier overheen had gehangen. Zelfs Robert trok een bedenkelijk gezicht.
"Dat heeft behoorlijk wat te verduren gehad."
Jessica stapte dichterbij.
Ze haalde een kleine zaklamp uit haar tas en liet het licht schuin over het oppervlak glijden. Langzaam begonnen vormen zichtbaar te worden.Een hand.
Een stuk van een houten tafel.
Een donkere achtergrond.
En toen...
Ze hield haar adem in.
Tussen alle vervuiling verscheen heel voorzichtig de kop van een kat.
Een brede snuit.
Lange snorharen.
De kenmerkende pluimen aan de oren. Jessica glimlachte.
"Robert..."
Hij kwam naast haar staan.
"Zie jij wat ik zie?"
Hij kneep zijn ogen samen.
"Dat kan toch niet..."
Jessica knikte langzaam.
"Dat is Pluisje."
Ondanks tientallen jaren vuil en vet was de herkenbare uitdrukking onmiddellijk zichtbaar. Die alerte blik. Die trotse houding. Zelfs de typische witte bef die ze inmiddels op meerdere schilderijen van Apollo van Rijn hadden teruggevonden was nog net te onderscheiden.
"Ik durf het bijna met zekerheid te zeggen."
Robert keek nog eens aandachtig.
"Ik denk dat je gelijk hebt."
Mevrouw Jansen keek hen verbaasd aan.
"Is dat zo bijzonder dan?"
Jessica draaide zich om.
"U heeft waarschijnlijk geen idee hoe bijzonder."
Ze vertelde in grote lijnen over hun onderzoek en hoe dezelfde kat inmiddels op meerdere schilderijen was teruggevonden.
Mevrouw Jansen keek afwisselend naar Jessica en naar het donkere doek.
"En ik dacht altijd dat het gewoon een oud schilderijtje was."
Jessica glimlachte.
"Dat dachten meer mensen."
Na een kort overleg stelde Jessica voorzichtig de vraag waar ze al de hele middag aan dacht.
"Zou u het goed vinden als wij het schilderij meenemen? Dan kunnen we het professioneel laten reinigen en onderzoeken. Uiteraard krijgt u het daarna weer terug, inclusief een uitgebreid rapport."
Mevrouw Jansen hoefde er niet lang over na te denken.
"Als het schilderij daar beter van wordt... graag zelfs."
Voordat Robert het schilderij voorzichtig van de muur haalde, bleef Jessica nog even staan.
"Mag ik u nog één vraag stellen?"
"Natuurlijk."
"Weet u eigenlijk hoe dit schilderij in uw bezit is gekomen?"
Mevrouw Jansen glimlachte.
"Dat is eigenlijk helemaal geen spannend verhaal."
"Vertel."
"Mijn man en ik hebben dit huis in 1972 gekocht. Tijdens het opruimen van de zolder vonden we het schilderij in een stoffige hoek, achter een paar oude koffers en wat kapotte stoelen."
"En de vorige bewoners?"
"Die waren al verhuisd naar een verzorgingshuis. We hebben nog gevraagd of het schilderij misschien van hen was, maar ze zeiden dat alles wat op zolder was achtergebleven gewoon bij de verkoop hoorde."
"Dus u heeft het eigenlijk gewoon gevonden?"
"Precies. We vonden het wel gezellig staan en hebben het uiteindelijk in de keuken opgehangen. Daar hangt het dus al meer dan vijftig jaar."
Jessica knikte bedachtzaam.
"Bijzonder hoe zo'n schilderij tientallen jaren onopgemerkt zijn eigen geschiedenis met zich mee kan dragen."
"Dat blijkt nu inderdaad," lachte mevrouw Jansen.
Robert pakte het schilderij voorzichtig van de muur en legde het direct in het beschermende verpakkingsmateriaal dat hij had meegenomen. Toen ze even later weer door de Jordaanse straatjes terugliepen, droeg Robert het ingepakte schilderij voorzichtig onder zijn arm.
Jessica keek er glimlachend naar.
"Wie had ooit gedacht..."
"...dat Pluisje al die jaren gewoon in een Amsterdamse keuken hing," maakte Robert haar zin af.
Langzaam liepen ze terug richting het Rijksmuseum.
Het voelde alsof ze opnieuw een ontbrekend hoofdstuk uit het leven van Apollo van Rijn hadden teruggevonden.
Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.
Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.