Het Mysterie van het Onbekende Portret
De waarheid komt boven, hoeveel stof er ook weggepoest moet worden.
Het anonieme schilderij werd overgebracht naar het restauratieatelier van het Rijksmuseum, waar een uitgebreid technisch onderzoek begon. Restauratoren, materiaalspecialisten en kunsthistorici werkten wekenlang samen om het raadsel van het onbekende doek te ontrafelen.
Onder fel laboratoriumlicht werd iedere vierkante centimeter zorgvuldig onderzocht. Met röntgenfotografie, infraroodreflectografie en pigmentanalyse werd geprobeerd de oorsprong van het schilderij te achterhalen. Al snel werd duidelijk dat het werk afkomstig moest zijn uit het midden van de zeventiende eeuw. De gebruikte pigmenten, de opbouw van de verf en de kwaliteit van het linnen pasten naadloos binnen de Nederlandse Gouden Eeuw.
Toch bleef de maker onbekend.
Hoe langer het onderzoek duurde, hoe opmerkelijker de overeenkomsten met de schildertechniek van Rembrandt en zijn atelier werden. Het dramatische gebruik van licht en schaduw, de krachtige penseelstreken en de levendige huidtinten verraadden een kunstenaar die de meester van zeer nabij moest hebben gekend. Sommige onderzoekers opperden zelfs dat het werk afkomstig kon zijn uit Rembrandts directe omgeving, maar geen enkele bekende leerling leek verantwoordelijk te kunnen zijn voor dit uitzonderlijke portret.
Toen volgde een onverwachte ontdekking.
Tijdens een microscopisch onderzoek van de verflaag werden kleine haardeeltjes aangetroffen die tussen verschillende penseelstreken waren achtergebleven. Aanvankelijk werd aangenomen dat het om gewone verontreinigingen ging, zoals die wel vaker voorkomen bij oude schilderijen. Maar laboratoriumonderzoek wees iets verrassends uit.
De haren waren afkomstig van een huiskat.
Nog opmerkelijker was dat ze zich niet willekeurig in de verf bevonden. Juist in de fijnste overgangen van licht naar schaduw en in enkele uiterst subtiele details bleken telkens dezelfde zachte kattenharen aanwezig te zijn. De structuur van deze penseelstreken week bovendien af van alles wat de restauratoren tot dan toe hadden gezien. Het leek alsof de kunstenaar naast traditionele penselen een veel zachter instrument had gebruikt, waarmee fluweelzachte overgangen konden worden aangebracht die met de gebruikelijke varkens- of marterharen nauwelijks mogelijk waren.
Het idee werd aanvankelijk met enige scepsis ontvangen. Een penseel vervaardigd uit kattenhaar was in geen enkel historisch handboek beschreven. Toch wezen alle technische analyses in dezelfde richting. De haren waren geen toevallige vervuiling; zij maakten deel uit van het schilderproces zelf.
De vondst zorgde voor verhitte discussies onder de onderzoekers. Was hier sprake van een verloren gegane schildertechniek? Of was dit het persoonlijke experiment van een onbekende meester die zijn geheim nooit had prijsgegeven?
Eén vraag bleef hardnekkig terugkeren.
Waarom werden juist kattenharen aangetroffen op een schilderij dat zó sterk deed denken aan het atelier van Rembrandt?
Misschien lag het antwoord niet in de verf... ...maar op vier poten..