Kijk eens naar dat uitzicht
Hoofdstuk 52
Het schilderij krijgt van ons de titel "Pluisje en haar blik op Amsterdam."
Anita neemt het schilderij meteen mee voor een uitgebreid authenticiteitsonderzoek. Voor de vorm wachten we de resultaten af, maar diep van binnen weet eigenlijk iedereen het al. Een paar dagen later komt de bevestiging. Het doek is onmiskenbaar een authentiek werk van Apollo van Rijn, geschilderd in 1658.
Toch blijft er iets aan het schilderij knagen.
Apollo wijkt hier namelijk af van alles wat we tot nu toe van hem kennen. Waar zijn eerdere werken vooral dieren en portretten tonen, schildert hij nu ineens een stadsgezicht. Amsterdam vormt het decor, terwijl Pluisje als vanzelfsprekend een prominente plaats inneemt. Het is een opvallende stap in zijn ontwikkeling, zeker omdat dit nog vóór zijn reizen naar Antwerpen en Parijs is.
Ik blijf het schilderij aandachtig bekijken als Antoinette hardop begint mee te denken.
"Het schilderij komt van de zolder aan de Lauriergracht 25-27," zegt ze. "Daar stond vroeger het schilderhuis van Govert Flinck."
Ik knik. "Flinck was natuurlijk ook een leerling van Rembrandt. Die twee moeten elkaar dus gekend hebben."
Plotseling roept Antoinette enthousiast: "1658! Dat was het jaar waarin Rembrandt failliet ging. Misschien is Apollo toen wel bij hem in het atelier ingetrokken."
Ik knik heel voorzichtig.
Mijn hoofd zegt echter iets heel anders.
"Nee..."
Antoinette kijkt me verbaasd aan.
"Hoezo nee? Alles lijkt juist perfect te kloppen."
"Dat is nu juist het probleem," antwoord ik terwijl ik naar het schilderij blijf kijken. "Vanaf Lauriergracht 25 kun je de Westertoren helemaal niet zien. Dat pand ligt te ver aan de Lauriergracht. Vanaf die plek heb je geen vrij uitzicht richting de Prinsengracht."
Er valt een korte stilte.
Dan zie ik ineens weer het huis van de familie Jansen voor me.
"Maar vanaf de zolder van de familie Jansen heb je dat uitzicht wél."
Antoinette kijkt me meteen aan.
"En daar hebben we ook het schilderij van Ferdinand Bol met Pluisje gevonden."
"Precies."
Ik leg de foto van het schilderij naast een plattegrond van de grachtengordel.
"Ik wil die zolder nog eens bekijken. Niet alleen bekijken... ik wil hem onderzoeken."
Antoinette hoeft daar geen seconde over na te denken.
"Dat lijkt me een uitstekend idee."
Nog diezelfde middag worden we opnieuw hartelijk ontvangen door mevrouw Jansen.
"Wat leuk dat jullie er weer zijn."
Ze kijkt glimlachend naar Jessica.
"En mag ik zeggen dat ik deze kledingstijl veel leuker vind? Dat gothic van vroeger paste eigenlijk helemaal niet bij je."
Jessica moet lachen.
"Dat hoor ik tegenwoordig wel vaker."
Voordat we naar boven lopen verontschuldigt mevrouw Jansen zich nog even.
"We komen eigenlijk nooit op zolder, dus verwacht er maar niet te veel van. Het zal wel een rommeltje zijn."
Een rommeltje blijkt een behoorlijke onderschatting.
Het lijkt alsof er bijna vierhonderd jaar niets is veranderd. Oude balken, vergeelde spinnenwebben en een dikke laag stof bedekken alles wat ooit naar boven is gesleept. Generaties hebben er spullen neergezet, maar niemand lijkt ooit iets te hebben weggehaald.
Mijn blik blijft plotseling hangen op een eens witte Zündapp-brommer.
Ik schiet in de lach. "Hoe heeft iemand die ooit door dit kleine zolderluik gekregen?"
Ik kijk om me heen, maar mevrouw Jansen is alweer naar beneden verdwenen.
Jessica heeft daar nauwelijks aandacht voor.
Als een echte Sherlock Holmes loopt ze langzaam door de ruimte.
"Kijk eens..." Ze wijst naar de houten vloer.
"Verfspetters." Een paar meter verder stopt ze opnieuw.
"En daar nog meer... en daar ook."
Voorzichtig haalt ze een klein mesje uit haar tas. Eén voor één schraapt ze de opgedroogde verfrestjes los en stopt ze in een plastic monsterzakje.
"Anita heeft precies uitgelegd hoe ik monsters moet verzamelen," zegt ze trots. "Misschien kunnen we de pigmenten vergelijken met die uit de andere schilderijen."
Even later hurkt ze opnieuw neer.
"Hier liggen ook haren."
Met een pincet verzamelt ze voorzichtig enkele plukjes.
"Grijs... wit... zwart... en zelfs rood."
Ze stopt ook die apart weg.
"Ik denk dat Apollo hier met alle dieren is geweest."
Ik glimlach.
Terwijl Jessica verder zoekt, loop ik naar het kleine zolderraam. In mijn hand houd ik een afdruk van Pluisje en haar blik op Amsterdam. Langzaam leg ik de foto precies voor het raam.
Het uitzicht valt vrijwel naadloos samen met het schilderij.
De Prinsengracht.
De Westertoren.
Dezelfde kijkhoek.
Dezelfde hoogte.
Ik voel een rilling over mijn rug lopen.
"Het schilderij is hier geschilderd."
Jessica komt direct naast me staan. Ze kijkt afwisselend naar buiten en naar de foto.
"Daar twijfel ik geen seconde meer aan."
Ze loopt een paar passen achteruit en wijst naar een plek op de houten vloer.
"Kijk."
Tussen de oude verfspatten tekent zich een rechthoekig patroon af.
"Hier moet de schildersezel hebben gestaan."
Ze kijkt me met een brede glimlach aan.
"De verfspetters liggen precies in de richting waarin iemand aan dit raam heeft gewerkt."
Ze draait zich nog één keer om naar het uitzicht.
"Alles klopt gewoon."
Voor het eerst bekruipt me het gevoel dat we niet alleen de schilderijen van Apollo van Rijn terugvinden.
Langzaam reconstrueren we ook de plekken waar hij bijna vier eeuwen geleden heeft gestaan.
Onderzoeksdossier – Werk 8
Titel: Pluisje en haar blik op Amsterdam..Datering: 1658
Techniek: Olieverf op doek
Status: Authentiek verklaard
Openstaande vraag:
Waar heeft Apollo van Rijn dit geschilderd?
Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.
Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.