Jessica's presentatie
De vergaderzaal van het Rijksmuseum is voor deze gelegenheid omgebouwd tot een kleine conferentieruimte. Op het grote scherm staat de eerste dia van een PowerPoint-presentatie met als titel: "De dieren van Apollo van Rijn – Een dierkundig en historisch onderzoek." .
Jessica staat zichtbaar gespannen voor de zaal. Hoewel ze nog maar net aan het begin van haar opleiding dierenverzorging staat, heeft ze de afgelopen weken vrijwel al haar vrije tijd besteed aan het bestuderen van de dieren op de schilderijen en de schetsen uit Antwerpen.
Aan tafel zitten Anita van den Berg, Julia Greenflower, Antoinette ten Bruggencate en ikzelf. Zelfs de directeur van het museum heeft tijd vrijgemaakt.
"Het Rijksmuseum is niet bepaald de meest voor de hand liggende plek voor een stage dierenverzorging," zegt ze lachend.
Hij is onmogelijk over het hoofd te zien.
Een enorme man, gekleed in een donker driedelig krijtstreeppak dat zichtbaar moeite heeft om alle knopen gesloten te houden. Zijn bolle wangen hangen zwaar langs zijn gezicht en onder zijn kin lijkt zich nog een tweede, misschien zelfs een derde kin te verschuilen. Tussen zijn dikke vingers brandt een imposante sigaar waarvan de geur zich langzaam door de vergaderzaal verspreidt.
Hij zegt niets.
Hij kijkt alleen.
Jessica haalt diep adem.
"Goedemorgen allemaal."
De eerste dia verschijnt.
De dieren op de schilderijen
Tijdens het onderzoek zijn op de schilderijen van Apollo van Rijn vijf verschillende dieren aangetroffen: vier katten en één hond.
Aan de hand van de schilderijen, de gevonden schetsen en aanvullende historische gegevens kunnen we een aantal conclusies trekken.
Ze klikt naar de volgende dia.
"De hond kan met grote zekerheid worden geïdentificeerd als een Newfoundlander.
Van twee katten kennen we inmiddels zelfs de naam: Apollo en Arnold.
Uit de schetsen blijkt bovendien dat Apollo en Arnold broers van elkaar zijn."
Op de volgende dia verschijnen foto's van verschillende Maine Coons.
"Na vergelijking van lichaamsbouw, schedelvorm, oorpluimen, staart en vachttype kan worden vastgesteld dat Apollo en Arnold behoren tot het ras Maine Coon.
Ook de grijze kat op het schilderij De Nachtbrakers bezit alle kenmerken van een Maine Coon."
Ze laat een volgende afbeelding zien.
"De witte lapjeskat vertoont eveneens opvallend veel kenmerken van een Maine Coon, maar bezit daarnaast eigenschappen die doen denken aan wat wij tegenwoordig een Ragdoll zouden noemen.
Dat is natuurlijk onmogelijk, want het ras Ragdoll ontstond pas rond 1960 in Amerika.
Waarschijnlijk gaat het daarom om een voorouderlijke kruising tussen een Maine Coon en een andere langharige kat."
Ze kijkt even de zaal rond.
"Opvallend is dat alle vijf de dieren hun oorsprong lijken te hebben in Noordoost-Amerika."
Een nieuwe dia verschijnt met een kaart van de Atlantische Oceaan.
"Na de oprichting van de West-Indische Compagnie in 1621 ontstond een intensieve scheepvaartverbinding tussen Nederland en Noord-Amerika. Schepen namen niet alleen goederen mee, maar ook dieren die aan boord werden gehouden om de rattenpopulatie onder controle te houden.
Het is daarom zeer aannemelijk dat de voorouders van deze katten en de Newfoundlander via deze handelsroutes uiteindelijk in de Republiek zijn terechtgekomen."
De volgende dia draagt de titel:
De namen
Jessica glimlacht.
"Misschien wel het leukste onderdeel van dit onderzoek..."
"Tot voor kort waren het onbekende dieren op onbekende schilderijen.
Nu hebben ze een naam."
Op het scherm verschijnt de eerste kat.
Apollo
"De naam Apollo is letterlijk teruggevonden op een schets.
Apollo is afgeleid van de Griekse god Apollon, de god van onder andere kunst, muziek, poëzie, kennis en het licht. Een mooiere naam voor een schilder kan ik eigenlijk niet bedenken."
De volgende dia.
Arnold
"Ook deze naam is op een schets teruggevonden.
Arnold is een oude Germaanse naam die in de Middeleeuwen via het Frankische Rijk wijd verspreid raakte."
Daarna verschijnt de witte lapjeskat.
Pluisje
"Deze naam is nooit officieel teruggevonden.
Tijdens het onderzoek begon Antoinette ten Bruggencate haar steeds 'Pluisje' te noemen vanwege haar zachte, pluizige vacht.
Die naam is eigenlijk vanzelf blijven hangen."
Een nieuwe dia.
Jack
"De grijze Maine Coon uit De Nachtbrakers had nog geen naam.
Ik heb hem Jack genoemd.
Jack is afgeleid van Johannes, wat 'God is genadig' betekent.
Ik vond het gewoon een naam die goed bij hem past."
De laatste dia toont de enorme hond.
Elvis
"Voor de Newfoundlander heb ik gekozen voor Elvis.
De naam stamt af van het Oudnoorse Alvíss, wat 'alwijs' betekent. En eerlijk gezegd..."
Ze lacht.
"...ik vond dat zo'n indrukwekkende hond ook een indrukwekkende naam verdiende."
Er klinkt voorzichtig gelach in de zaal. Jessica sluit de dia af.
"Dat is misschien wel het mooiste van dit onderzoek. Het zijn geen onbekende dieren meer. Ze hebben allemaal een eigen identiteit gekregen."
Ze klikt verder.
Wat weten we nog meer?
"Uit de schetsen blijkt dat er ooit een zwangere poes vanuit Noord-Amerika in Amsterdam is aangekomen, waarschijnlijk aan boord van een schip van de West-Indische Compagnie. In Amsterdam kreeg zij vijf kittens."
Op het scherm verschijnt de bekende schets.
"Van vier kittens weten we waar ze uiteindelijk terechtkwamen."
Ze wijst één voor één aan. Apollo bleef in het atelier van Rembrandt. Arnold verhuisde naar Utrecht. Op basis van de schetsen lijkt er een relatie te bestaan met Gerard van Honthorst. Via diens contacten met Peter Paul Rubens ontstaat bovendien een mogelijke verbinding met Theodoor Boeyermans.
Armani verhuisde naar Van Deventer. Daarover zijn helaas nog te weinig gegevens bekend.
Arthur kwam terecht bij Grietje Leydeckers, de moeder van Gerbrand van den Eeckhout, een leerling van Rembrandt. Aleks ging naar Cristina Pauliss, waarschijnlijk een verwijzing naar Christopher Paudiss, die eveneens leerling van Rembrandt was en later in Duitsland woonde.
Jessica laat de laatste dia verschijnen.
Hoe kwam Pluisje uiteindelijk in Antwerpen terecht?
"Dat was misschien wel de moeilijkste vraag." Ze kijkt even naar Anita. "Op mijn verzoek heeft Anita van den Berg aanvullend onderzoek gedaan naar de twaalf schetsen die duidelijk niet door Apollo zelf zijn gemaakt."
Op het scherm verschijnen twee handschriften naast elkaar. "Dat onderzoek wijst uit dat deze twaalf schetsen zeer waarschijnlijk afkomstig zijn van Willem de Poorter."
Ze klikt verder."Willem de Poorter werkte eveneens in de omgeving van Rembrandt. Later woonde hij in Haarlem, waar ook Theodoor Boeyermans enige tijd verbleef. Beiden waren bovendien lid van het Sint-Lucasgilde in Antwerpen. Daardoor ontstaat een logische route waarlangs het schetsboek uiteindelijk in Antwerpen terecht kan zijn gekomen."
"Mijn conclusie luidt daarom dat Theodoor Boeyermans Pluisje waarschijnlijk nooit persoonlijk heeft ontmoet. Hij kende haar uitsluitend uit het schetsboek van Apollo van Rijn."
Jessica zet de afstandsbediening neer.
"Dat was mijn presentatie. Dank u wel."
Enkele seconden blijft het stil.
Daarna begint Julia als eerste te klappen.
Anita volgt onmiddellijk. Antoinette glimlacht trots. Niet veel later klinkt applaus door de hele vergaderzaal. Zelfs de directeur staat langzaam op uit zijn stoel. Hij dooft zijn sigaar zorgvuldig in een zware kristallen asbak, loopt met verrassend lichte passen naar voren en steekt Jessica zijn enorme hand toe.
"Mevrouw..."
Hij schudt haar hand stevig.
"Ik heb in dertig jaar museumonderzoek heel wat presentaties bijgewoond."
Hij knikt haar goedkeurend toe.
"Maar zelden heb ik iemand gezien die met zoveel enthousiasme én zoveel overtuiging een groep onbekende dieren weer een geschiedenis heeft gegeven."
Hij glimlacht.
"Namens het Rijksmuseum wil ik je daarvoor hartelijk bedanken."
Jessica wordt vuurrood.
Voor het eerst sinds het begin van haar presentatie weet ze even niets meer te zeggen.
Dat zegt eigenlijk genoeg.
Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.
Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.