Geld overleeft de macht
Hoofdstuk 75
De volgende vraag kwam van Jessica.
"Wat gebeurde er eigenlijk met die financiers toen Johan de Witt werd vermoord?"
De hoogleraar keek haar enkele seconden aan.
"Dat," zei hij, "is misschien wel interessanter dan wat er vóór 1672 gebeurde."
Hij pakte zijn bril van tafel en zette hem op.
"Toen Johan en Cornelis de Witt in augustus 1672 werden vermoord, veranderde het politieke landschap vrijwel onmiddellijk. De Republiek was in oorlog, de machtsverhoudingen verschoven en Willem III kreeg een veel sterkere positie."
Hoe verging het Jan Deutz dan na de dood van Johan de Witt?
De hoogleraar keek Antoinette ernstig aan, pakte zijn brillekoker en tikte er zachtjes mee op het bureau.
"Het verhaal van Jan Deutz na de brute moord op Johan en Cornelis de Witt in augustus 1672 is kort, tragisch en zakelijk ijzersterk," zei hij. "Het politieke landschap veranderde op slag in het Rampjaar 1672. De republikeinse kliek was weg, en prins Willem III van Oranje greep de absolute macht. Voor een man als Jan Deutz, die zo intensief met het oude regime verbonden was, braken er angstige tijden aan."
Hij legde de brillekoker neer en somde de feiten op voor de Jessica en Antoinette:
"Omdat Deutz de zwager en een van de trouwste financiers van Johan de Witt was geweest, vreesde hij direct voor zijn leven en zijn status. De Oranjegezinde volkswoede die De Witt lynchte, had het ook gemunt op zijn rijke vrienden en familieleden. Hoewel Deutz niet fysiek werd aangevallen, verloor hij direct al zijn informele politieke invloed in Den Haag.
Politiek was Deutz vleugellam, maar zakelijk bleef hij onaantastbaar. De nieuwe machthebber, stadhouder Willem III, had in de strijd tegen de Franse koning Lodewijk XIV wél de hulp en leningen van de Oostenrijkse Keizer Leopold I nodig. En wie had als enige het monopolie op het kwikzilver waarmee die alliantie werd gefinancierd?
Precies: Jan Deutz. Zijn zakelijke imperium bleef dus overeind omdat de staat hem simpelweg niet kón missen.
Lang heeft Deutz echter niet met de nieuwe werkelijkheid hoeven dealen. De enorme stress van het Rampjaar, het verlies van zijn zwager en de politieke omslag eisten hun tol. Jan Deutz overleed in augustus 1673, nagenoeg exact één jaar na de moord op de gebroeders De Witt.
Het mooiste detail is misschien wel wat er dáárna gebeurde. Zijn weduwe, Geertruid Bicker (ja, van die andere machtige familie), zette het handelshuis en het kwikzilvermonopolie na zijn dood ijzersterk voort. Zij bleef miljoenen lenen aan de Oostenrijkse keizer en zorgde ervoor dat de familie Deutz tot de allerrijkste top van de Amsterdamse elite bleef behoren, ver na de val van Johan de Witt.
De hoogleraar keek glimlachend naar Jessica's driftig tikkende pen. "Dus hoewel Jan Deutz zelf snel het graf in ging na de moord, overleefde zijn geld en zijn monopolie de politieke storm moeiteloos."
"En hoe verging het de Bartolotti's na de dood van Johan de Witt"
De hoogleraar glimlachte mysterieus en vulde de koffiekopjes nog eens bij. "Als je dacht dat het verhaal van Jan Deutz theatraal was, dames, zet je dan maar schrap voor de Bartolotti's. Waar Deutz ten onder ging aan politieke stress, ontspoorde de erfenis van het Huis Bartolotti na 1672 in een bizar drama van waanzin, miljoenenverliezen en een van de grootste roddels van de Gouden Eeuw."
Hij leunde weer comfortabel achterover in zijn stoel."Toen Johan de Witt in 1672 werd vermoord en de Oranjes de macht grepen, hielden de zonen van Guglielmo Bartolotti — die overigens al decennia eerder was overleden — hun hoofd koel. Waarom? Omdat hun schimmige handel in wapens, kruit en internationale leningen niet gebonden was aan één politieke partij in Nederland. De nieuwe stadhouder, Willem III, had juist wapens en geld nodig om de Fransen te bevechten. Dus de Bartolotti's bleven doen waar ze goed in waren: geld verdienen in de schaduw."
"Maar het échte drama begint bij de kleindochter van de oude Guglielmo: Jacoba Victoria Bartolotti van den Heuvel. Zij groeide op in dat reusachtige Huis Bartolotti aan de Herengracht. Ze was fabelachtig rijk, beeldschoon, maar had in de Amsterdamse society een vreselijke reputatie als een manipulatieve femme fatale.
Jaren na het Rampjaar, in 1686, deed zij iets wat heel Amsterdam op zijn grondvesten deed schudden. Ze trouwde met haar buurman, Coenraad van Beuningen. Van Beuningen was een levende legende: oud-burgemeester van Amsterdam, topdiplomaat en een van de machtigste mannen uit de tijd van Johan de Witt. Hij was inmiddels in de zestig, zij achter in de veertig."
"Het huwelijk werd een hel," fluisterde de hoogleraar theatraal. "Van Beuningen was al mentaal kwetsbaar en manisch-depressief, maar Jacoba Bartolotti dreef hem met haar ijzingwekkende karakter over de rand van de afgrond. Er gingen wilde verhalen door de stad: zij zou hem treiteren en opsluiten, terwijl hij haar in vlagen van razernij achterna zat met gloeiendhete tangen.
Door de huwelijkse ruzies en de totale stress verloor Van Beuningen zijn verstand volledig. Hij begon bezeten te speculeren op de beurs met VOC-aandelen en verspeelde het complete fortuin dat hij bezat. Hij eindigde als een krankzinnige, arme profeet die over de Amsterdamse grachten zwierf en waarschuwde voor het einde der tijden."
"En hier komt de ultieme legende, Antoinette. Het stel woonde aan de Amstel 216. In een vlaag van totale waanzin sneed Van Beuningen zijn eigen vingers open en schreef hij met zijn eigen bloed - of rood krijt, dat verschilt per bron - Hebreeuwse tekens, kabbalistische symbolen en de naam 'Jacoba' op de zandstenen gevel van zijn huis. Vandaag de dag staat dat pand in Amsterdam nog steeds bekend als Het Huis met de Bloedvlekken."
De hoogleraar keek Jessica en Antoinette triomfantelijk aan. "Jacoba Bartolotti pakte uiteindelijk haar biezen, verliet haar krankzinnige man en trok zich terug op haar luxe buitenplaats Heuvel en Dael in Soest, waar ze tot haar dood in 1718 in alle rijkdom bleef leven. Dus terwijl de oude Guglielmo zijn geld verdiende met duistere praktijken in de politiek, eindigde zijn bloedlijn in een verhaal van psychologische oorlogsvoering aan de Amsterdamse grachten."
De hoogleraar sloeg zijn boek met een luide klap dicht. "Zo verging het hen dus na 1672. Hebben jullie hiermee genoeg munitie voor jullie historische zoektocht, of willen jullie nog een specifiek detail weten over de mysterieuze tekens op die gevel aan de Amstel?"
Als Antoimette opstaat heeft Jessica nog een vraag "welke mysterieuze tekens?"
De hoogleraar lachte zachtjes en leunde weer wat dichter naar de twee vrouwen toe. "Ik wist dat jullie daarnaar zouden vragen. Dat is het mooiste van geschiedenis: de tastbare littekens die de overkant van de tijd halen." Hij pakte een vergeeld mapje uit zijn kast en sloeg het open op een foto van een monumentaal grachtenpand. "Kijk," wees hij. "Het gaat om het pand aan de Amstel 216, niet ver van de Blauwbrug. Vandaag de dag is de gevel keurig gerestaureerd, maar als het regent en het licht valt er precies goed op, kun je de sporen nog altijd zien. Het verhaal achter die tekens is even fascinerend als angstaanjagend."
"Het waren geen willekeurige krassen," vervolgde de hoogleraar, terwijl hij met zijn vinger door de lucht bewoog. "Van Beuningen was een extreem hoogopgeleide man die vloeiend Latijn, Grieks en Hebreeuws sprak. Hij schreef een bizarre mix van: Kabbalistische symbolen: Mystieke tekens uit de joodse geheimleer, bedoeld om kwade geesten (en wellicht zijn vrouw) te verdrijven. Hebreeuwse woorden: Namen van God en profetische waarschuwingen over de ondergang van Amsterdam. Namen en schepen: Hij tekende grote Hollandse oorlogsschepen en schreef herhaaldelijk zijn eigen naam en die van zijn vrouw, Jacoba Bartolotti, op de zandstenen muren. Alsof hij haar ziel op het huis wilde vastpinnen."
"Het meest macabere deel van de legende is dat de vlekken daarna onuitwisbaar bleken te zijn," zei hij met een mysterieuze blik. "De familie heeft later uiteraard geprobeerd de gevel schoon te schrobben. Men heeft de zandstenen platen destijds zelfs laten afbikken en overschilderen. Maar de volksverhalen beweren hardnekkig dat het bloed van de krankzinnige Van Beuningen telkens weer door de verf en het steen heen drong. Alsof het huis de herinnering aan de Bartolotti-tragedie weigerde te wissen." De hoogleraar sloeg de map weer dicht. "Als je vandaag de dag langs Amstel 216 loopt, zie je nog altijd donkere, grillige plekken op de plint en de gevel. Gidsen vertellen nog altijd dat dit de bloedvlekken zijn. Historici houden het liever op ijzer- en mangaangeneesmiddelen in het zandsteen die door vocht naar buiten treden... maar zeg nou zelf, het verhaal van de door Bartolotti tot waanzin gedreven burgemeester is veel beter, nietwaar?"
Op de terugweg naar het Rijksmuseum bladerde Jessica door haar aantekeningen.
Bicker.
De Graeff.
Deutz.
Bartolotti.
Namen die tot nu toe alleen als losse historische figuren hadden bestaan, begonnen ineens met elkaar verbonden te raken.
Niet door schilderijen.
Niet door gangen.
Niet door verhalen van oude mannen in een kroeg.
Maar door geld.
Jessica keek uit het raam.
"Antoinette?"
"Ja?"
"Ik denk dat we iets verkeerd hebben aangepakt."
"Wat bedoel je?"
"We hebben steeds geprobeerd te ontdekken wie er achter Apollo zat."
Antoinette keek haar vragend aan.
"Misschien moeten we eerst ontdekken wie er achter de mensen zat die Apollo schilderde."
Antoinette zweeg.
Jessica keek opnieuw naar haar aantekeningen.
"En daarna kijken we wie hen betaalde."
Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.
Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.