De Legende van Apollo van Rijn

De verloren meester teruggevonden

Familiebanden

Hoofdstuk 76

Naar aanleiding van het college van de hoogleraar is Antoinette opnieuw in de boeken gedoken. Dit keer wilde ze iets anders in kaart brengen: niet de schilderijen, maar de mensen erachter.

Wie waren de rijke families die in de zeventiende eeuw aan de touwtjes trokken? Welke familiebanden bestonden er tussen Amsterdam en Den Haag? En vooral: met wie zouden Johan de Witt en de mensen om hem heen in contact hebben gestaan?

Het eerste spoor liet zich snel vinden.

Johan de Witt was getrouwd met Wendela Bicker. Haar zus Geertruid Bicker was getrouwd met Jan Deutz.

Stamboom familie De Bickers en de De Graeffs.

Antoinette bleef even naar de twee namen op haar scherm kijken.

Dat was geen toevallige familieverbinding.

De Bickers en de De Graeffs waren in de zeventiende eeuw zo nauw met elkaar verweven dat historici later zouden spreken over de Bicker-De Graeff-clan. Huwelijken, vermogen, bestuurlijke functies en onderlinge belangen hadden de families tot een machtig netwerk gemaakt.

De ouders van Wendela en Geertruid waren Jan Bicker en Agneta de Graeff van Polsbroek. Hoe verder Antoinette terugzocht, hoe meer namen uit de twee families opnieuw opdoken.

Ze pakte een vel papier en begon de familieverbanden uit te tekenen.

Het netwerk werd steeds groter.

Maar toen ontdekte ze iets wat haar veel meer interesseerde.

Ook de kunstwereld bleek in datzelfde netwerk aanwezig.

Verschillende leden van de families Bicker en De Graeff hadden zich laten portretteren door Rembrandt. Dat betekende niet automatisch dat Apollo van Rijn hen persoonlijk had gekend. Maar het bracht hem wel steeds dichter bij dezelfde sociale en culturele kring.

Apollo had in Rembrandts omgeving verkeerd.

De families Bicker en De Graeff behoorden tot de kringen waarin Rembrandt zijn opdrachtgevers vond.

En Johan de Witt was via zijn huwelijk rechtstreeks verbonden met de Bickers.

Antoinette leunde achterover.

Voor het eerst voelde het alsof verschillende losse lijnen uit haar onderzoek niet langer los van elkaar stonden.

Ze pakte haar notitieboek.

Ze zette er een vraagteken achter.

Daaronder schreef ze:

Spinoza.

Ook die naam paste ineens in het geheel.

De politieke geschiedenis maakte het nog interessanter. De families Bicker en De Graeff behoorden tot de regentenkringen die zich verzetten tegen een sterke positie van het Huis van Oranje. Tijdens het Rampjaar van 1672 veranderde de machtsverhouding echter drastisch.

Andries de Graeff, een van de machtigste Amsterdamse regenten en een uitgesproken tegenstander van de Oranjes, moest in september 1672 zijn ambt burgemeester van Amsterdam opgeven. De oude machtspositie van de regentenfamilies was daarmee gebroken.

Hun vermogen verdween echter niet.

De De Graeffs behoorden nog altijd tot de rijkste families van de Republiek. Hun kapitaal was verspreid over onder meer handelsbelangen, de VOC en financiële instellingen. Wat zij politiek verloren, konden ze financieel grotendeels behouden.

En juist daardoor veranderde hun wereld.

De aandacht verschoof gedeeltelijk van het directe bestuur naar landgoederen, kunst, wetenschap en intellectuele kringen. Pieter de Graeff speelde daarin een belangrijke rol. Hij was niet alleen een vermogend regent, maar ook geïnteresseerd in wetenschap en cultuur.

En hij kende Baruch Spinoza.

Antoinette keek opnieuw naar haar aantekeningen.

Daar stond inmiddels een opmerkelijke reeks namen:

Ze voelde dat ze naar iets begon te kijken wat veel groter was dan alleen een verzameling schilderijen.

Misschien had Apollo zich niet ergens aan de rand van de geschiedenis bevonden.

Misschien had hij zich juist midden in een netwerk bewogen waarin kunst, politiek, wetenschap en geld voortdurend met elkaar verbonden waren.

Maar toen stuitte Antoinette op een probleem.

De schilderijen.

Na het Rampjaar veranderde de positie van de families. Generaties later kwamen delen van hun kunstbezit opnieuw op de markt. De beroemde collectie die lange tijd verbonden was met Ilpenstein, ook wel het Huis te Ilpendam of Hof te Ilpendam genoemd. Het bleef grotendeels bijeen totdat zij uiteindelijk in de negentiende eeuw werd verkocht.

En daar zat misschien precies het probleem waarnaar ze al die tijd op zoek was geweest. Een veilingcatalogus was geen garantie voor de waarheid. Antoinette ontdekte dat kunstwerken in de negentiende eeuw niet altijd aan de juiste schilder werden toegeschreven. Een schilderij kon onder een andere naam worden verkocht, opnieuw worden geïnterpreteerd en vervolgens tientallen jaren onder die verkeerde naam in een collectie verdwijnen.

Ze vond een treffend voorbeeld.

Twee grote huwelijksportretten van Nicolaes Eliasz. Pickenoy waren bij de veiling in 1872 niet als werken van Pickenoy verkocht, maar aan Thomas de Keyser toegeschreven.

Antoinette staarde naar het document.

Een verkeerde toeschrijving was dus geen theoretisch probleem.

Het was daadwerkelijk gebeurd.

Ze keek naar de schilderijen waar haar eigen onderzoek om draaide.

Wat als Apollo's naam ergens onderweg was verdwenen? Wat als een schilderij dat ooit in een vooraanstaande familiecollectie had gehangen, later onder een andere naam was verkocht? En wat als niemand zich had gerealiseerd dat achter die andere naam Apollo van Rijn schuilging?

Ze pakte haar telefoon en maakte een foto van haar aantekeningen.

Daarna schreef ze één zin op een nieuw vel papier:

Zoeken naar Apollo betekent misschien niet zoeken naar onbekende schilderijen. Misschien moeten we zoeken naar bekende schilderijen met de verkeerde naam.

Ze stopte met schrijven.

Want ineens zag ze iets wat haar tot nu toe was ontgaan.

De familiebanden waren niet alleen een verbinding tussen Johan de Witt, de De Graeffs en Spinoza.

Ze vormden mogelijk ook de route waarlangs Apollo in hun wereld terecht was gekomen.

En als dat zo was, dan moest ze niet alleen uitzoeken wie Apollo kende.

Ze moest vooral ontdekken welke schilderijen ooit van eigenaar waren gewisseld, onder welke naam ze waren verkocht en waar ze daarna waren gebleven.

Antoinette keek nog één keer naar het schema op haar bureau.

De puzzel was nog lang niet compleet.

Maar voor het eerst had ze het gevoel dat ze niet langer naar losse stukjes zocht.

Ze begon de rand van het geheel te zien.

Kasteel Ilepstein

Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.

« Vorige Inhoud Volgende »

Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.