Er is Meer
Hoofdstuk 77
Terwijl Antoinette zich vol overgave op de veilingcatalogus stortte, op zoek naar mogelijk verkeerd toegeschreven werken, bleef Jessica sceptisch.
Ze had de afgelopen dagen te veel gehoord van Herman om zich zomaar neer te leggen bij de eerste logische verklaring die zich aandiende. De veilingroute was aannemelijk. Misschien zelfs heel aannemelijk. Maar juist daarom voelde ze zich er ongemakkelijk bij.
Te eenvoudig.
Ze keek over de rand van haar laptop naar Antoinette.
"Maar hoe zijn die schilderijen dan in Amsterdam terechtgekomen?"
Antoinette keek op.
"Wat doet dat er nou toe? Dit is de beste aanwijzing die we tot nu toe hebben gehad."
"Dat weet ik."
"Nou dan?"
Jessica zweeg. Antoinette had gelijk. Als twee schilderijen die in 1671 in Den Haag waren, later in Amsterdam opdoken, was de veilingcatalogus inderdaad een logische plek om verder te zoeken. Maar een logische verklaring was nog geen verklaring voor alles.
Jessica sloot haar laptop niet.
Ze opende een nieuw venster.
"Ik kijk nog één ding na."
"Wat?"
"De Bicker-De Graeffs. En het Sint-Jorisgilde."
Antoinette zuchtte.
"Jessica..."
"Vijf minuten."
Het werden er geen vijf.
Jessica zocht opnieuw door genealogieën, kunstbeschrijvingen, oude inventarissen en digitale archieven. De familie De Graeff bleek inderdaad op allerlei manieren met schutterijen en gilden verbonden te zijn. Namen doken op, verdwenen weer en kwamen in andere documenten terug.
Maar steeds bleek hetzelfde probleem.
Het Sint-Jorisgilde waarover in de bronnen werd gesproken, was vrijwel altijd het Amsterdamse Sint-Jorisgilde.
Niet het Haagse.
Ze leunde achterover.
"Nee."
Antoinette keek op.
"Wat nee?"
"Dit klopt niet."
"Wat klopt niet?"
"De connectie."
Jessica draaide haar scherm naar Antoinette.
"De familie De Graeff heeft volop verbindingen met het Sint-Jorisgilde. Maar telkens gaat het om Amsterdam. Ik kan geen overtuigende verbinding vinden met het Haagse gilde."
Antoinette kwam naast haar zitten.
"Dus?"
"Dus dat spoor loopt dood."
Ze pakte een vel papier en schreef bovenaan:
- FEITEN
Daaronder schreef ze:
Feit 1
Twee schilderijen. Een portret van Spinoza en een portret van Apollo in schutterskleding. Beide geschilderd in 1671. Beide voor het laatst gedocumenteerd in de zaal van het Sint-Jorisgilde in Den Haag. Jessica zette een streep onder de laatste woorden.
‘Daar hebben we bewijs voor. We hebben die aantekeningen gevonden.’
Daaronder kwam:
Feit 2
Ze bleef even met haar pen boven het papier hangen.
‘En daar blijft het bij.’
Ze schreef: Daar zijn ze niet meer.
Meer wist ze niet.
Geen overdracht. Geen verkoop. Geen eigenaar. Geen verklaring waarom ze verdwenen waren.
Jessica keek naar het vel.
"Antoinette, je hebt gelijk."
"Dat hoor ik graag, wen daar maar aan want dat gebeurt wel vaker"
"De veiling is de meest logische route."
"Eindelijk."
Jessica glimlachte flauwtjes.
"Maar ik ben nog niet klaar."
Ze schoof het papier opzij.
"Ik wil die Bartolotti's eens bekijken."
Antoinette keek haar onderzoekend aan.
"Waarom?"
Jessica haalde haar schouders op.
"Misschien omdat Herman me op het verkeerde been heeft gezet."
"Dat klinkt niet als een wetenschappelijke reden."
"Nee. Maar misschien wel als een goede."
Ze typte: 'Guglielmo Bartolotti – Sint-Jorisgilde Den Haag'
Waar de vraag op haar scherm - is er een connectie tussen Pieter de Graeff en het Haagse Sint-Jorisgilde? - een meedogenloos NEE opleverde, verandert de sfeer in de kamer als ze dezelfde vraag stelt over de familie van Guglielmo Bartolotti.
Het antwoord verschijnt vrijwel direct:
- JA
Haar hartslag versnelt. Hoe meer Jessica leest, hoe sneller de puzzelstukjes op hun plek vallen. Dit is geen dwaalspoor, dit is de doorbraak waar ze naar zocht. De Bartolotti’s bleken eigenaar van de panden direct náást die van het gilde. Een historische analyse van de huizen aan het Lange Voorhout laat niets aan de verbeelding over: nakomelingen van Guglielmo Bartolotti, zoals zijn zoon Guillelmo de Jonge en kleindochter Jacoba Victoria, bezaten precies op die plek hun meest prominente vastgoed. De kapiteins en kolonels van de Haagse schutterij — het Sint-Jorisgilde en het naastgelegen Sint-Sebastiaansgilde — waren hun directe buren, aangetrouwde familie of standgenoten.
Jessica vergelijkt verwoed historische registers, stambomen en schutterijlijsten. Eén naam springt er met vette letters uit:
- Johan van der Meer.
Hij behoorde tot de intieme inner circle van de familie. Hij was de zwager van Jacoba (Josina) van Erp en een vertrouweling van dochter Jacoba Victoria Bartolotti van den Heuvel. Maar wat Jessica’s adem daadwerkelijk doet stokken, is zijn adres: Tournooiveld 3 in Den Haag.
Dat specifieke pand lag ingeklemd tégen de twee Haagse schuttersgildes aan.
Buren van beide gildes. De kwalijke, raadselachtige reputatie van de familie Bartolotti. En, tot haar stomme verbaasde verbazing: in de archieven is geen enkel bewijs te vinden dat Van der Meer ooit één stuiver huur voor de woning heeft betaald.
"Als er iemand is die de twee schilderijen in veiligheid heeft kunnen brengen..." mompelt Jessica hardop in de stille kamer, “dan is het Johan van der Meer.”
Geen geheime gangen. Geen spectaculaire inbraak. Gewoon... via de achtertuin. Toen de rust na de troebelen enigszins was teruggekeerd, was het een koud kunstje om de doeken ongemerkt richting Amsterdam te smokkelen.
Waar bij Antoinette de naam Pieter de Graeff met rood omcirkeld staat op haar aantekeningen, trekt Jessica met trillende hand een dikke streep onder een andere naam:
- Johan van der Meer.
Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.
Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.