Flaneren in Den Haag
Hoofdstuk 67
Het volgende schilderij dat Anita onder handen neemt, is Lange Voorhout Den Haag. Zoals op de achterzijde van het doek staat vermeld, dateert het uit 1670.
Wat ons onmiddellijk opvalt, is niet zozeer een technisch detail, maar juist het tafereel zelf. Ook in de zeventiende eeuw blijkt het Lange Voorhout al een plek te zijn geweest waar men graag kwam om te flaneren, elkaar te ontmoeten en vooral gezien te worden. De deftige Hagenaars wandelen er tussen de bomen, alsof ze nooit anders hebben gedaan.
Anita onderzoekt het schilderij zorgvuldig, maar hoeft uiteindelijk weinig aan haar eerdere oordeel toe te voegen. De schildertechniek, de pigmenten en de manier waarop het licht in het werk is verwerkt, passen opnieuw bij wat we inmiddels van Apollo van Rijn kennen.
Geen twijfel.
Opnieuw een topstuk van Apollo.
Het tweede schilderij, Den Haag 1669, laat zich minder gemakkelijk lezen. Het is een stadsgezicht, eveneens van de hand van Apollo, maar de exacte locatie is op het eerste gezicht niet duidelijk.
Antoinette heeft er uitgebreid naar gekeken. Uiteindelijk komt zij met een overtuigende conclusie: dit moet het Spui zijn geweest.
In de zeventiende eeuw werd het gebied aangeduid als Spoye. Die naam zou in de loop der eeuwen veranderen in het ons bekende Spui. Een klein stukje Haagse geschiedenis, maar voor ons opnieuw een bevestiging dat Apollo niet alleen dieren en portretten schilderde. Hij legde ook de stad waarin hij leefde vast.
Terwijl Anita en Antoinette zich met de schilderijen bezighouden, vergezel ik Jessica met haar eigen zoektocht in Den Haag.
En die blijkt onverwacht succesvol.
In het Nationaal Archief heeft ze een oude kist gevonden die kennelijk al jaren, misschien wel eeuwen, onaangeroerd was gebleven. Stoffig, smerig en vrijwel volledig verborgen onder spinnenwebben. Kennelijk had niemand zich geroepen gevoeld om eens serieus uit te zoeken wat erin zat.
Jessica gelukkig wel.
Dat ze daarbij haar handen en kleren niet spaart, verbaast niemand. Misschien heeft haar liefde voor dieren haar daar inmiddels goed op voorbereid.
De inhoud van de kist blijkt een kleine schat aan papier te zijn. Ledenlijsten, nota's, aanbevelingsbrieven, kasboeken en allerlei andere documenten. Een deel is door vocht, ouderdom en schimmel nauwelijks meer te lezen. Maar tussen de vergane stukken bevinden zich genoeg documenten die nog wel iets prijsgeven.
En dan komt Jessica met een eerste vondst.
Een ledenlijst van de Confrérie Pictura.
- November 1669.
En daar staat hij.
- Apollo van Rijn.
Niet als naam in de kantlijn, niet als iemand die ooit met de vereniging in verband is gebracht, maar gewoon als lid.
We kijken elkaar aan.
Tot dan toe hebben we vooral geprobeerd Apollo te vinden in schilderijen. Nu staat zijn naam ineens op papier.
Jessica is ondertussen verder gegaan en vindt ook een kasboek. Daarin staan betalingen die duidelijk maken dat Apollo zijn schildersmaterialen via de Confrérie Pictura aanschafte.
Maar dan stuit ze op iets dat ons stil krijgt.
Er is een vermelding van vier schilderijen die Apollo heeft ingeleverd voor de verplichte tentoonstelling binnen de Confrérie.
- Vier werken.
Er worden drie schuttersstukken genoemd en één portret.
Portret van Elvis.
Portret van Hendrik van der Spyck.
Zelfportret Apollo van Rijn in schutterskledij.
En als vierde:
Portret van Benedictus de Spinoza.
Ik lees de regels nog een keer.
En daarna nog een keer.
Van de vier schilderijen hebben we er inmiddels twee gevonden.
Elvis kennen we.
Hendrik van der Spyck kennen we.
Maar de andere twee...
Het zelfportret van Apollo in schutterskledij hebben we nog niet gezien.
En het portret van Spinoza evenmin.
Dat kan bijna geen toeval meer zijn.
Alsof de kist ons niet alleen vertelt waar Apollo was, maar ons ook precies aanwijst waar we verder moeten zoeken.
Jessica blijkt nog meer te hebben gevonden.
In dezelfde documenten staan aanwijzingen dat zowel Apollo als Elvis uiteindelijk lid zijn geworden van het Haagse schuttersgilde.
Elvis al in 1670.
Apollo een jaar later, in 1671.
Ik kijk naar Anita.
Zij kijkt terug naar de schilderijen die we de afgelopen dagen hebben gevonden.
De schutterstukken.
Elvis in zijn schutterskleding.
Hendrik van der Spyck.
De datum 1671.
Langzaam beginnen verschillende puzzelstukken in elkaar te vallen.
Maar één gedachte laat me niet los.
Als Apollo vanaf 1670 vier schilderijen tentoonstelde en twee daarvan inmiddels boven water zijn gekomen... waar zijn dan de andere twee gebleven?
En vooral:
waar is het zelfportret van Apollo van Rijn?
Onderzoeksdossier – Werk 12
Titel: Lange Voorhout Den Haag.Datering: 1670
Techniek: Olieverf op doek
Status: Authentiek verklaard
Onderzoeksdossier – Werk 13
Titel: Spui Den Haag.Datering: 1669
Techniek: Olieverf op doek
Status: Authentiek verklaard
Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.
Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.