De Legende van Apollo van Rijn

De verloren meester teruggevonden

De Heilige Geest aan de Paviljoensgracht

Hoofdstuk 66

Zoals we Anita inmiddels kennen, zit er niets anders op dan geduldig wachten op de resultaten. Ze werkt nu eenmaal volgens een vaste structuur en daarvan wijkt ze niet af, ook niet als er nog vijftig schilderijen op haar liggen te wachten.

In haar werk is dat waarschijnlijk precies de juiste aanpak. Eén schilderij volledig onderzoeken en pas verdergaan wanneer het dossier gesloten kan worden. Geen aannames, geen haast en vooral geen conclusies omdat iets toevallig goed in het verhaal past.

Toch betekent dat niet dat Anita alleen werkt. Tijdens haar onderzoek heeft ze voortdurend contact met Antoinette, die ondertussen in de archieven duikt op zoek naar documenten die de technische bevindingen kunnen ondersteunen.

Jessica op de fiets voor het Kunstmuseum Den Haag.

Jessica is voorlopig in Den Haag gebleven. In Amsterdam kan ze op dit moment weinig toevoegen en bovendien kan ze vanaf Moerwijk eenvoudig op de fiets naar het Kunstmuseum. Antoinette weet haar ondertussen ook aardig bezig te houden. Met enige regelmaat krijgt Jessica een bericht met de vraag of ze iets wil opzoeken in de Koninklijke Bibliotheek of in het Nationaal Archief.

Geen onaardige manier om je dag door te brengen als je achttien bent.

De Koninklijke Bibliotheek bezit een enorme verzameling oude boeken en handschriften, terwijl het Nationaal Archief met zijn kilometers aan documenten en enorme digitale archieven een duizend jaar Nederlandse geschiedenis in zich draagt. Voor Jessica betekent het vooral veel zoeken, veel lezen en af en toe het gevoel dat ze een speld in een hooiberg probeert te vinden.

Maar soms is juist die ene speld belangrijk.

Het eerste schilderij dat Anita volledig onder handen neemt, is het doorkijkje.

Al snel blijkt dat we hier niet met een gewone zeventiende-eeuwse voorstelling te maken hebben. Het technische onderzoek laat weinig ruimte voor twijfel: het schilderij is in 1671 vervaardigd door Apollo van Rijn. Dat is op zichzelf al opmerkelijk.

Maar het pigmentonderzoek maakt Anita nog nieuwsgieriger.

De opbouw en samenstelling van de verf vertonen duidelijke overeenkomsten met materiaal dat bekend is uit het werk van Anthonie Jansz. van der Croos en Jacob van der Does. Verschillen zijn er ook. In de verf van Apollo is bijvoorbeeld meer loodwit verwerkt en bovendien blijkt hij gebruik te hebben gemaakt van fijngemalen glas. Maar de gebruikte pigmenten en de wijze waarop ze in de verf zijn verwerkt, vertonen opvallend veel overeenkomsten.

Anita blijft lang naar de resultaten kijken.

‘Dit bewijst niet dat hij zijn verf bij hen vandaan haalde,’ zegt ze uiteindelijk. ‘Maar het laat wel zien dat Apollo toegang kan hebben gehad tot dezelfde grondstoffen en dezelfde materiaaltraditie.’

Dat is een belangrijk verschil.

Van der Croos en Van der Does waren beiden verbonden aan de Haagse kunstenaarswereld. En die wereld was sinds 1656 ingrijpend veranderd door de oprichting van de Confrérie Pictura. Achtenveertig Haagse kunstenaars hadden zich afgescheiden van het Sint-Lucasgilde en richtten hun eigen broederschap op.

Anita legt de resultaten naast eerder onderzoek.

‘Als Apollo in Den Haag toegang had tot deze materialen, dan was hij blijkbaar niet zomaar een schilder die hier toevallig een keer een doek heeft gemaakt.’

Dat idee blijft even in de kamer hangen.

Daarna komt Antoinette met een veel interessantere ontdekking.

Samen hebben ze het uitzicht op het schilderij nauwkeurig onderzocht. Niet alleen de architectuur, maar vooral het gebouw dat door het geopende venster zichtbaar is.

Daar zit de sleutel.

Detailfoto van het boek in het schilderij bij Spinoza

De voorstelling blijkt overeen te komen met de omgeving van de Paviljoensgracht. Meer specifiek met het Heilige Geesthofje dat vanaf het huis van Benedictus de Spinoza zichtbaar is.

Daarmee verandert het schilderij ineens van een mooi Haags stadsgezicht in een mogelijke momentopname van een heel specifieke plek.

Een plek waar Apollo van Rijn in 1671 geweest kan zijn.

En dan is er nog iets.

Op de tafel in het schilderij ligt een opengeslagen boek of manuscript. De letters zijn nauwelijks zichtbaar, maar met vergroting en beeldanalyse kan Anita delen van de tekst onderscheiden.

‘Ethica,’ zegt ze zacht.

Niemand reageert meteen.

De naam van Benedictus de Spinoza is eerder in ons onderzoek al opgedoken. Maar tot nu toe was er vooral sprake geweest van verbanden, personen en omstandigheden die elkaar raakten.

Dit is anders.

Als de identificatie van de locatie klopt, dan heeft Apollo van Rijn in 1671 een schilderij gemaakt vanuit het huis van Spinoza. En als het manuscript inderdaad naar de Ethica verwijst, dan is ook dat geen toevallig detail.

Antoinette kijkt nog eens naar het schilderij.

‘Dan moeten we weten wie er in 1671 bij Spinoza over de vloer kwam.’

‘En vooral waarom.’

Ze schuift het dossier naar de rand van de tafel en belt naar Jessica.

‘Dat lijkt me een mooi klusje voor jouw.’

Jessica kan haar fiets pakken en richting Nationaal Archief gaan.

We weten inmiddels dat de archieven soms antwoorden geven.

Maar steeds vaker beginnen ze met een vraag die nog veel interessanter is.

Venster met zicht op de Heilige Geest in Den Haag geschilderd door Apollo van Rijn 1671

Onderzoeksdossier – Werk 11

Titel: Venster met zicht op de Heilige Geest.
Datering: 1671
Techniek: Olieverf op doek
Status: Authentiek verklaard
Openstaande vraag:
Wat deed Apollo in dat huis aan de Paviljoensgracht?

Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.

Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.