Doodspoor
Hoofdstuk 84
Nu we de Amsterdamse connectie voorlopig afsluiten richten we onze blik weer op Den Haag, Apollo’s laatst bekende verblijfplaats. Antoinette ruimt de gevonden spullen zorgvuldig op. Ze archiveert alles zó grondig en professioneel dat het naderhand bijna onmogelijk zal zijn om het ooit nog terug te vinden.
Ondertussen stelt ze een nauwkeurig verslag op voor de notaris, die was ingeschakeld door de eigenaren van Amstel 216. Het rapport bevat geen enkele leugen. Ze laat simpelweg de meest cruciale details weg.
Terwijl ze de brieven en objecten in een doos legt, dwingt een vlaag van nieuwsgierigheid haar de spullen nog één keer vluchtig te bekijken. Haar oog valt op een oud, vergeeld stuk krantenpapier. Er zit iets in gewikkeld, een klein stapeltje documenten, bijeengehouden door een rafelig touwtje. Met snelle vingers bladert Antoinette de papieren door. Het is een slordig geschreven kasboekje. Het enige houvast is een jaartal.
- 1628
Verder ontbreken alle namen, er staan puur bedragen genoteerd. En niet zomaar bedragen. Het gaat om astronomische sommen geld. Antoinette houdt haar adem in wanneer ze de kolommen vergelijkt. De inkomsten en uitgaven komen absoluut niet met elkaar overeen. Door het chaotische handschrift valt de discrepantie nauwelijks op, maar Antoinette voelt aan alles dat dit geen slordigheidsfout is.
Hier is op een geraffineerde manier met de cijfers geknoeid.
Antionette moet onwillekeurig glimlachen. Ze is goedgenoeg op de hoogte van de geschiedenis om deze datum, de schepen op Amstel 216, het geknoei in dit kasboekje en het grote familiegeheim en de WIC aan elkaar te verbinden. Alles valt nu op de juiste plaats.
Ze kent haar plicht en dwingt zichzelf om het boekje weer in te pakken. Maar net als ze de oude krant eromheen wil vouwen, bevriest ze. Haar blik blijft haken op de drukinkt van de krant. Er staat een datum:
- 1848
Een rilling trekt over haar rug. Dit klopt niet. 1848 is honderdvijftig jaar nadat de kist werd gemaakt. Het onomstotelijke bewijs ligt in haar handen, iemand heeft meer dan een eeuw later doelbewust iets aan de kist toegevoegd.
Vlak naast het kasboekje stuit ze op nóg een ontdekking. Een klein, handgeschreven briefje dat haar hart sneller doet kloppen. Het is een bericht van Johan van der Meer. De inhoud is glashelder. Apollo heeft destijds de officiële opdracht gekregen om Johan Maurits van Nassau-Siegen te portretteren.
Haar besluit staat vast. Antoinette schuift het briefje heimelijk in haar eigen zak. De rest van de documenten verdwijnt in de donkere doos. Bestemd om nooit meer het daglicht te zien.
Zonder een vastomlijnd doel loop ik met Jessica door Den Haag. We proberen de historische wandelingen van Spinoza te herbeleven, in de ijle hoop op een ingeving.
Het smalle poortje achter het huis van de filosoof, het serene Heilige Geest Hofje en de imposante Sint-Jacobskerk, we lopen ze allemaal af. Zelfs deur 27x slaan we niet over. Maar hoe hard we het ook proberen, nergens bekruipt ons het gevoel dat we in de voetsporen van Apollo van Rijn treden.
We drinken te veel koffie om de moed erin te houden. We dwalen door de Gevangenpoort en eindigen uiteindelijk op een houten bankje aan de Hofvijver. Peinzend staren we naar de gigantische bouwsteigers rondom de renovatie van het Binnenhof.
Als afsluiting van deze vrij zinloze dag besluiten we het Mauritshuis binnen te stappen. Nu we er toch zijn, sla ik een bezoek aan de directeur Frits niet over. Sinds de eerste tentoonstelling van een aantal herontdekte portretten van Apollo van Rijn hebben we een uitstekende band opgebouwd. En er is de laatste tijd genoeg rondom Apollo gebeurd om hem even vertrouwelijk bij te praten.
Jessica kan het natuurlijk niet laten om over haar favoriete onderwerp te beginnen, de ondergrondse gangen van de stad.
Tot haar grote vreugde blijkt Frits verrassend goed op de hoogte.
"Het gebouw hier aan de overkant was vroeger de privétuin van Johan Maurits van Nassau-Siegen," legt hij uit, terwijl hij naar buiten wijst. "Er liep destijds een ondergrondse gang recht onder de weg door, die het Mauritshuis met de tuin verbond.
Beneden in onze kelder kun je de contouren nog altijd zien. De gang zelf bestaat nog, maar is in 1808 definitief afgesloten. Door achterstallig onderhoud werd het simpelweg te gevaarlijk."
Jessica’s ogen lichten op.
"En loopt er ook een gang naar het Binnenhof?" vraagt ze gretig.
De directeur glimlacht geheimzinnig. "Die is er zeker. Die loopt helemaal door tot aan de Gevangenpoort en het Toernooiveld. Nu, met die grootscheepse renovatie, komt er achter de schermen aardig wat historisch puin bloot te liggen. Maar lang niet alles wordt openbaar gemaakt."
"Waarom denk je dat er zwaarbewapende Marechaussee op een normale bouwplaats rondloopt?"
Jessica straalt. Ze heeft overduidelijk een medestander gevonden in haar complottheorieën.
Ik houd me wijselijk buiten de discussie, al moet ik in stilte toegeven dat die Marechaussee-beveiliging inderdaad hoogst ongebruikelijk is voor een renovatieproject.
Precies op dat moment trilt mijn telefoon. Het is Antoinette. Met een hoorbare spanning in haar stem vertelt ze over haar vondst 'de geheime, historische opdracht waarin zwart-op-wit staat dat Apollo de taak had gekregen om Johan Maurits van Nassau-Siegen te portretteren'.
Mijn adem stokt. Ik kijk de directeur recht aan.
"Heb jij hier toevallig ergens een portret van Johan Maurits van Nassau-Siegen hangen?" vraag ik direct, zonder mijn opwinding te verbergen.
"Natuurlijk," antwoordt hij verrast.
"We hebben meerdere objecten van hem."
We laten er geen gras over groeien. De directeur gaat ons voor naar de zalen en we lopen recht op het doek af.
Mijn hart klopt in mijn keel, maar de teleurstelling volgt al snel.
Het portret is in 1668 geschilderd door Jan de Baen.
Het is overduidelijk niet van de hand van Apollo van Rijn. Ik slaak een diepe zucht.
Het was ook net even iets te mooi geweest om waar te zijn.
Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.
Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.