De Legende van Apollo van Rijn

De verloren meester terug gevonden

De twijfel over Antwerpen.

Hoofdstuk 42

Jessica had inmiddels van alle bekende schilderijen van Apollo van Rijn grote kleurenfoto's laten afdrukken. Op brede vellen bruin kaftpapier had ze ze zorgvuldig aan een van de boekenkasten gehangen. Het deed denken aan een politiebureau waar rechercheurs een ingewikkelde zaak proberen op te lossen.

Bovenaan hingen de schilderijen die aantoonbaar in Amsterdam waren gemaakt. Linksonder de werken die aan Antwerpen konden worden gekoppeld. Rechtsonder hingen schilderijen die niet door Apollo waren geschilderd, maar waarop wel personen of dieren voorkwamen die mogelijk iets over zijn leven konden vertellen.

De schilderijen hangen als foto's aan de wand.

Al dagen liep Jessica langs de foto's. Niet om de schilderijen te bewonderen, maar om overeenkomsten te ontdekken. Gezichten, kleding, dieren, houdingen; alles werd met elkaar vergeleken. Ik stond samen met Antoinette enkele documenten door te nemen toen de deur openging.

"Post."

Een jonge medewerker van de postkamer legde een stapeltje enveloppen op tafel. Terwijl hij zich omdraaide bleef hij nog even naar de wand met foto's kijken. "Grappig," zei hij met een glimlach. "Op bijna ieder schilderij zie ik dezelfde dieren terug. En volgens mij ook steeds dezelfde man."

Hij haalde zijn schouders op, wenste ons een prettige dag en liep weer weg. In de onderzoekskamer werd het muisstil. Jessica keek naar de foto's alsof ze die voor het eerst zag.

"Antoinette..."

"Ja?"

"Kijk eens naar Man aait hond."

Antoinette liep naar de wand.

"En nu naar het schilderij uit Zeeland."

Nog voordat Jessica iets kon zeggen, kneep Antoinette haar ogen samen.

"Dat is dezelfde man."

Jessica knikte langzaam.

"Hoe hebben we dat niet kunnen zien?"

Ze liepen samen nog eens langs alle foto's.

"Dan is die man dus helemaal geen toevallige passant," zei Antoinette.

"Nee," antwoordde Jessica. "En als hij op beide schilderijen voorkomt, betekent dat ook dat dit hele gezelschap in Antwerpen is geweest."

Het was opnieuw zo'n ontdekking die achteraf bijna vanzelfsprekend leek. Toch had niemand de overeenkomst eerder opgemerkt.


Terwijl Jessica zich verder verdiepte in de schilderijen, dook Antoinette opnieuw in het leven van Maria Fourmenois.

Steeds meer documenten schetsten hetzelfde beeld. Maria stond bekend als een vrouw die weinig moest hebben van dieren. In verschillende beschrijvingen werd duidelijk dat katten en honden haar eerder ergerden dan ontroerden.

Antoinette legde haar aantekeningen neer.

"Misschien verklaart dat wel waarom Apollo in Antwerpen nooit echt is doorgebroken."

Ik keek haar vragend aan.

"Als Maria Fourmenois binnen het handelshuis van Matthijs Musson zoveel invloed had als wij inmiddels denken, dan zal een jonge schilder die voortdurend katten en honden schilderde weinig enthousiasme hebben opgeroepen."

Het bleef een theorie.

Maar voor het eerst leek er een logische verklaring te zijn waarom Apollo in Antwerpen nooit echt voet aan de grond had gekregen.


Uit een kist van Jacob komt een belangrijke brief

Ook het onderzoek naar de vondsten uit de boekhandel van Jacob leverde nieuwe verrassingen op.

Tussen de duizenden boeken waren enkele resten van varkensblazen gevonden. Op zichzelf leek dat weinig bijzonder, maar laboratoriumonderzoek wees uit dat er nog sporen van verf aanwezig waren. De gebruikte pigmenten konden worden gekoppeld aan de werkplaats van de Antwerpse dierenschilder Jan Fijt.

"Dat is opmerkelijk," zei Anita terwijl ze het onderzoeksrapport neerlegde. "In de zeventiende eeuw werd verf vaak in varkensblazen bewaard. Dat deze pigmenten overeenkomen met die van Jan Fijt kan nauwelijks toeval zijn."

Maar de grootste verrassing kwam uit een dun bundeltje losse papieren.

Daartussen lag een brief uit 1659, geschreven door Jacques Fouquier aan Jan Fijt.

Jessica las een stukje hardop voor.

"Laat die jongen maar komen. Ik ben onder de indruk van de schets van de grote hond."

Niemand zei iets.

De woorden bleven even in de ruimte hangen.

"Die grote hond..." zei Jessica uiteindelijk.

"Dat moet haast wel dezelfde hond zijn die we inmiddels op verschillende schilderijen zijn tegengekomen," antwoordde Anita.

Antoinette knikte instemmend.

Toch bleef er één vraag onbeantwoord.

Jacques Fouquier overleed in 1659.

Had Apollo deze uitnodiging ooit ontvangen?

Of bereikte de brief zijn bestemming pas nadat Fouquier was overleden?

Niemand wist het.

Maar één ding werd steeds duidelijker.

Iedere nieuwe ontdekking leek niet alleen een antwoord te geven, maar riep meteen weer nieuwe vragen op.

De schetsen van Fijt en Apollo naast elkaar ter vergelijking.


Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.
« Vorige Overzicht Volgende »

Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.