De Legende van Apollo van Rijn

De verloren meester teruggevonden

De Stamboom.

Hoofdstuk 54

Antoinette heeft zich volledig vastgebeten in de geschiedenis van het pand aan de Lauriergracht. Wanneer we haar kantoor binnenlopen, ligt haar bureau bezaaid met oude akten, afschriften uit het kadaster en genealogische overzichten. Aan haar glimlach zie ik direct dat ze iets bijzonders heeft gevonden.

"Ik ben teruggegaan tot de verkoop van de grond," begint ze zichtbaar tevreden.

"Vertel."

"In 1622 werd het perceel verkocht aan Thomas Jacobsz. Haringh. Hij liet het huis bouwen en het meest opmerkelijke is dat het pand vervolgens ruim drieënhalve eeuw in dezelfde familie is gebleven. Vader, zoons en dochters allemaal zijn ze daar blijven wonen. Pas in 1972 werd het verkocht aan de familie Jansen."

Die naam Thomas Haringh laat meteen een belletje rinkelen.

Stamboom familie Haringh.

"Thomas Jacobsz. Haringh... Die ken ik. Van hem hangt een prent van Rembrandt hier in het Rijksmuseum."

Antoinette knikt.

"Dat klopt."

Ik leun achterover.

"Kom op, Antoinette. Ik ken je inmiddels. Dit is niet waarom je zo enthousiast bent. Wat heb je nog meer ontdekt?"

Ze moet lachen.

"Nu wordt het pas echt interessant."

Zelfs Jessica schuift nieuwsgierig naar het puntje van haar stoel.

"Thomas Jacobsz. Haringh was werkzaam bij de Desolate Boedelkamer van Amsterdam en speelde een belangrijke rol bij de verkoop van de bezittingen van Rembrandt na diens faillissement."

Even blijft het stil.

Dat is wel een heel opvallend toeval.

Of misschien inmiddels helemaal geen toeval meer.

"Maar ik heb nog iets gevonden," vervolgt Antoinette. "Zoals gebruikelijk in die tijd woonde de hele familie in hetzelfde huis. Thomas woonde er met zijn vrouw, die in 1632 overleed, en zijn twee zoons: Hendrik, geboren in 1608, en Cornelis, geboren in 1612."

Ze schuift een vergeelde kopie onze kant op.

Document ven de klepperman over de ruzie tussen Hendrik en Cornelis

"Dit is een verslag van een klepperman aan de schout. Het handschrift is lastig te lezen, maar het beschrijft een uit de hand gelopen ruzie tussen Hendrik en Cornelis. Waar de ruzie precies over ging, is niet helemaal duidelijk. Ik lees woorden als 'rommel', 'troep' of misschien zelfs 'beestenboel'."

"Wanneer speelde dat zich af?"

"September 1658."

Ik kijk haar zwijgend aan.

Die datum is bijna griezelig.

"Wat weet je verder over die broers?"

"Beiden werkten, net als hun vader, bij de Desolate Boedelkamer. Cornelis trad duidelijk in de voetsporen van zijn vader. Hendrik was een heel ander type. Hij was meer een vrije vogel. Hij deed allerlei klusjes, had regelmatig aanvaringen met de klepperman en leek zich weinig aan regels gelegen te laten liggen."

Jessica heeft het verhaal aandachtig gevolgd, maar steekt nu haar hand op.

"Mag ik iets vragen? Wat was eigenlijk een klepperman?"

Antoinette glimlacht.

"In de zeventiende eeuw bestond er nog geen politie zoals wij die kennen. Je had de schout, de nachtwacht en de klepperman. Die laatste liep door de straten om toezicht te houden, meldde ongeregeldheden en waarschuwde de buurt met zijn klepper wanneer dat nodig was."

"Een soort combinatie van politie en BOA?"

"Dat komt aardig in de buurt."

Jessica knikt langzaam. Je ziet haar de puzzelstukjes in haar hoofd verschuiven.

Dan kijkt ze ons ineens aan.

"Maar... wat nou als die beestenboel ook echt een beestenboel was?"

We kijken haar alle drie vragend aan.

"Misschien ging die ruzie helemaal niet over rommel."

Ze denkt hardop verder.

"Ze woonden allemaal in hetzelfde huis. Ik stel me voor dat Thomas beneden woonde, Cornelis op de eerste verdieping en Hendrik daarboven. Hendrik deed allerlei klusjes. Als hij betrokken was bij het leeghalen van Rembrandts huis na het faillissement, dan is het toch helemaal niet onmogelijk dat hij zich ook heeft bekommerd om Apollo?"

Niemand onderbreekt haar.

"Misschien heeft hij Apollo meegenomen om hem onderdak te geven. En als hij dat deed... waarom zou hij dan niet ook een schilderij hebben meegenomen? Dat schilderij dat jarenlang verborgen is gebleven, omdat zijn vader niet mocht weten dat hij het had meegenomen misschien?"

Ik voel kippenvel op mijn armen.

Het is speculatie.

Maar het is speculatie die ineens verrassend logisch klinkt.

Na de ruzie verdwijnt Hendrik uit de geschiedenis van het huis. Of hij vrijwillig vertrok of eruit werd gezet, zullen we waarschijnlijk nooit meer achterhalen. Feit is wel dat Apollo daarna opduikt in Zeeland, later in Antwerpen en uiteindelijk in Parijs.

Alsof iemand hem onderweg steeds een veilig onderkomen wist te bieden.

Ik kijk nog eens naar de kopie van het oude verslag.

"Misschien," zeg ik zacht, "zoeken we al die tijd niet alleen naar Apollo van Rijn."

Iedereen kijkt mijn kant op.

"Misschien zoeken we ook naar de man die hem heeft gered."

Er valt een lange stilte.

Dan breek ik die zelf.

"Ik denk dat Hendrik Haringh de man is die we steeds opnieuw op de schilderijen zien verschijnen."

Voor het eerst sinds we aan dit onderzoek begonnen, voelt het alsof niet alleen Apollo langzaam een gezicht krijgt.

Maar ook zijn beschermengel.

Hendrik heeft Apollo in zijn armen en geeft hem een nieuw onderdak.

Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.

« Vorige Inhoud Volgende »

Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.