De Schutterijstukken
Hoofdstuk 61
Terwijl Antoinette zich steeds verder verdiept in het leven van Daniël Haringh, gaan wij onvermoeibaar door met onze zoektocht in het immense depot van het Kunstmuseum in Den Haag. Inmiddels zijn we ruim een week verder en beginnen de dagen in het depot bijna op elkaar te lijken. Schilderij na schilderij, lijst na lijst. Soms een bekende naam, soms een werk dat na een korte blik weer teruggaat naar zijn plaats.
Maar juist daardoor hebben we inmiddels geleerd dat je nooit te snel moet oordelen.
Op een ochtend komt Antoinette met een interessante aanvulling.
“Daniël Haringh blijkt zich toch vooral op portretten te hebben toegelegd,” zegt ze. “En uit de gegevens die ik nu heb gevonden, blijkt dat hij ook mensen uit de schutterij heeft geschilderd.”
Dat verandert onze manier van zoeken.
De schutterstukken die we tot dan toe min of meer als een aparte categorie hadden beschouwd, krijgen ineens onze volledige aandacht. We zoeken niet meer alleen naar bekende namen, maar letten op kleding, wapens, houdingen en vooral op alles wat met de Haagse schutterij te maken heeft.
Het blijkt een gouden greep.
Op de tweede dag nadat we onze zoekrichting hebben aangepast, staat Jessica ineens met een schilderij in haar handen.
“Volgens mij moeten jullie deze eens goed bekijken.”
We lopen naar haar toe.
Het is een portret van een man in schutterskleding. Een statige houding, een zelfverzekerde blik en precies dat soort uitstraling dat je verwacht bij iemand die deel uitmaakt van een gewapende burgerwacht.
We draaien het schilderij voorzichtig om.
Op de achterzijde staat:
Hendrik van der Spyck
Den Haag 1671
Het wordt even stil.
“1671,” zegt Anita zacht.
Ik kijk naar de achterzijde en daarna naar het schilderij.
“En kijk eens naar de voorkant.”
Daar staat, bijna alsof de schilder wist dat wij het eeuwen later zouden moeten terugvinden, de inmiddels zo bekende signatuur:
A v R
Niemand zegt iets.
We hebben inmiddels zoveel schilderijen van Apollo gezien dat we zijn handschrift bijna herkennen voordat we de letters daadwerkelijk lezen.
“Dus Apollo was in Den Haag,” zegt Antoinette.
“Dat wisten we eigenlijk al,” antwoord ik. “Maar nu hebben we weer een schilderij dat het vastlegt.”
Toch voelt deze vondst anders.
Een portret van een schutter uit Den Haag, gedateerd 1671. Een naam. Een plaats. Een jaartal. En de handtekening van Apollo van Rijn.
Maar dan gebeurt er iets wat we inmiddels bijna zijn gaan verwachten.
Er staat nog een schilderij klaar.
Jessica kijkt ernaar en glimlacht.
“Deze moeten jullie helemaal goed bekijken.”
We lopen er naartoe.
Zodra het doek zichtbaar wordt, schiet ik in de lach.
“Dat meen je niet!”
Daar staat hij.
Elvis
Maar dit keer niet zittend naast z'n baas, niet ergens achter een schilderij verscholen en ook niet als toevallige metgezel van een schilder. Nee, Elvis staat daar alsof hij al zijn hele leven deel uitmaakt van de Haagse schutterij.
Hij draagt schutterskleding en kijkt ons aan met een indrukwekkende ernst. Zijn houding is statig, bijna plechtig.
Het is Elvis zoals we hem nog nooit hebben gezien.
Een schutter met wie je beslist geen ruzie moet krijgen.
“Dit kan toch niet?” zegt Anita lachend.
“Blijkbaar wel,” antwoord ik. “Apollo heeft hem gewoon in dienst genomen.”
De humor verdwijnt echter zodra we het schilderij omdraaien.
Op de achterzijde staat:
Elvis
Den Haag 1671
We kijken elkaar aan.
Niemand hoeft nog iets te zeggen.
We draaien het schilderij weer om.
En daar staat hij.
De handtekening.
A v R
Apollo van Rijn.
Den Haag.
En Elvis.
Het is bijna te mooi om waar te zijn.
Twee schilderijen. Twee vermeldingen op de achterzijde. Twee keer Den Haag 1671. En op beide werken de handtekening van Apollo.
Maar terwijl we de schilderijen naast elkaar zetten, valt mij iets anders op.
Als Apollo in 1671 schutters in Den Haag schilderde, dan was hij niet zomaar een schilder die toevallig in de stad verbleef.
Hij bewoog zich hier tussen mensen die ertoe deden.
Mensen die deel uitmaakten van het bestuurlijke en maatschappelijke leven van de stad.
En ineens krijgt het jaartal 1671 een heel andere lading.
Antoinette was er inmiddels bijgekomen en kijkt nogmaals naar haar aantekeningen.
“Wacht eens…”
Ze bladert een paar pagina's terug.
“Als we het hebben over de Haagse schutterij en de mensen die daar omheen stonden, dan komen we vanzelf bij de bestuurders van de stad terecht.”
Ze kijkt op.
“En als we die periode verder uitpluizen…”
Ze maakt haar zin niet af.
Dat hoeft ook niet.
Want ergens in ons hoofd begint een naam op te duiken.
Een naam die we tot nu toe nog niet hebben uitgesproken.
Johan de Witt.
We kijken opnieuw naar Elvis in zijn schutterskleding.
Misschien is dit niet het einde van onze zoektocht in het depot.
Als hij zich in die kringen bevond zijn we hier nog lang niet klaar.
Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.
Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.