De Legende van Apollo van Rijn

De verloren meester teruggevonden

De onverwachte vondst

Hoofdstuk 60

Het oude gedeelte van het depot maakte meteen indruk.

Niet omdat het er mooi was. Integendeel. Het was vooral groot. Ontzettend groot.

Rijen en rijen met schilderijen stonden op metalen stellingen, soms drie, vier lagen hoog. Smalle gangen liepen tussen de rekken door en verdwenen in de verte. Overal waren lijsten, doeken, kisten en mappen te zien. Sommige schilderijen waren zorgvuldig verpakt, andere stonden gewoon tussen tientallen andere werken opgeslagen.

Het depot telt een ongelovelijke hoeveelheid schilderijen. Waar moet je beginnen emt zoeken?

Jessica keek eens omhoog, naar de schilderijen die boven haar hoofd stonden.

“Hier kunnen we wel een paar levens doorbrengen.”

Antoinette moest lachen.

“Als we alles moeten bekijken, wel.”

En dat was precies het probleem.

We waren op zoek naar één schilderij. Misschien twee. Maar waar begin je in een depot waar duizenden schilderijen liggen? Er was wel een registratiesysteem, maar we wisten inmiddels dat je daar niet altijd blind op kon vertrouwen. Een verkeerde naam, een verkeerde datering of een schilderij dat ooit onder een andere titel was geregistreerd en je kon het spoor al kwijt zijn.

We besloten daarom systematisch te werk te gaan.

Vak voor vak. Rek voor rek.

Maar al snel bleek dat zelfs dat nauwelijks te doen was.

Op de eerste dag kwamen we niet verder dan een fractie van het oude depot. We bekeken honderden schilderijen, maar niets sprong eruit. Geen Apollo. Geen Pluisje. Geen Elvis.

Aan het einde van de middag waren we vooral moe.

“Misschien zoeken we wel naar iets wat hier helemaal niet staat,” zei Jessica terwijl ze op een stapel verpakkingsmateriaal ging zitten.

“Dat zou zomaar kunnen,” antwoordde ik.

“Dat helpt lekker.”

“Het is wel de waarheid.”

De tweede dag verliep nauwelijks anders. We vonden schilderijen die interessant waren, werken waarvan we de herkomst wilden weten en een paar doeken die volgens de oude registratie van een bekende meester zouden zijn. Maar geen van die werken bracht ons dichter bij Apollo.

En toen kwam de derde dag.

We liepen opnieuw een lange gang in. Jessica liep voorop en keek ondertussen naar de nummers op de stellingen.

Plotseling bleef ze staan.

“Wacht eens.”

Ze draaide zich om.

“Wat?”

“Ik weet het niet.”

Jessica wijst een schilderij aan met Elvis en Pluisje erop

Dat was inmiddels een bekende zin van Jessica. Meestal betekende het dat ze iets had gezien wat de rest van ons nog niet had opgemerkt.

Ze liep een paar meter terug.

Daar stond een schilderij dat er op het eerste gezicht uitzag als zoveel andere schilderijen in het depot. Een gezinsportret met een aantal personen en dieren.

Jessica keek nog eens.

Toen nog een keer.

“Dat is Elvis.”

We keken elkaar aan.

“Wat?”

“Die hond.”

Ze wees naar het grote zwarte dier op het schilderij.

We kwamen dichterbij.

En toen zagen we het.

De hond.

Elvis.

En naast hem, bijna verscholen aan de rechterkant van het schilderij, zat een kat.

Wit met roodbruine vlekken.

Pluisje.

Het was alsof iemand een lamp aandeed in een donkere kamer.

Na alles wat we hadden meegemaakt, na Parijs, Amsterdam, de schilderijen van Apollo, de haren, de verfsporen en alle oude documenten, stonden we nu opnieuw oog in oog met twee bekenden.

Alleen was er één probleem.

Ik hoefde Anita maar aan te kijken.

Zij keek mij al aan.

“Dit is geen Apollo van Rijn,” zei ze.

“Dat dacht ik ook.”

Jessica keek verbaasd.

“Maar het zijn Elvis en Pluisje!”

“Dat klopt,” zei Anita. “Maar kijk naar de schilderwijze.”

Ze wees op het gezicht van de hond, vervolgens op de kat en daarna op de kleding van de figuren.

“Dit is iemand anders.”

Dat was even slikken.

We hadden gehoopt op een nieuwe Apollo-vondst. In plaats daarvan hadden we iets gevonden wat misschien nog veel interessanter was.

Want waarom stonden Elvis en Pluisje op een schilderij dat duidelijk door iemand anders was gemaakt?

We lieten het schilderij veiligstellen voor nader onderzoek.

Daarna begon het wachten.

Anita en Antoinette namen het schilderij mee voor onderzoek. Het duurde uren maar ze kwamen terug met een map en het verlossende woord.

Ze legde de map op tafel.

“Volgens mij hebben we hem.”

“Wie?”

“De schilder.”

Ze schoof een document naar ons toe.

Daniël Haring.

Het bleef even stil.

Ik keek nog eens naar de naam.

'Daniël Haring'.

Niet 'Apollo van Rijn'.

Niet 'Rembrandt'.

Niet 'Ferdinand Bol'.

'Daniël Haring'.

En toen drong het tot ons door. We hadden niet alleen een schilderij gevonden waarop Elvis en Pluisje stonden. Ze waren hier geweest.

Bij Daniël Haring.

Dezelfde familie Haringh die inmiddels steeds opnieuw in ons onderzoek opdook.

Thomas Jacobsz. Haringh.

Hendrik Haringh.

En nu Daniël Haring.

Het was bijna alsof de familie ons zelf door de geschiedenis heen leidde.

Jessica pakte de foto van het schilderij er nog eens bij.

“Dus Apollo heeft dit niet geschilderd.”

“Nee.”

“Maar hij was hier wel?”

Ik keek naar het schilderij.

“Dat weten we nog niet.”

Antoinette glimlachte.

“Maar we weten inmiddels wel dat we hier niet voor niets zijn.”

En dat was misschien wel het vreemdste aan onze zoektocht.

We waren naar een depot gekomen met duizenden schilderijen, op zoek naar één verloren meester.

We hadden nauwelijks kans gehad om precies datgene te vinden waarnaar we zochten.

En toch vonden we iets.

Niet Apollo.

Maar Elvis en Pluisje.

En achter die twee dieren zat opnieuw een naam verborgen die we al eerder waren tegengekomen.

Daniël Haring.

Het onderzoek was helemaal niet afgelopen.

Het leek er steeds meer op dat het verhaal zich alleen maar verder uitvouwde.

Gezinsportret van Vader, Moeder, Kind, Hond en kat van Daniël Haring.

Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.

« Vorige Inhoud Volgende »

Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.