De Legende van Apollo van Rijn

De verloren meester teruggevonden

De Loosduinsevaart

Hoofdstuk 62

De vondsten van de vorige dag hadden iets veranderd.

Niet alleen in de stapel schilderijen die inmiddels apart was gezet, maar vooral in onze manier van kijken. We wisten nu dat er tussen die duizenden doeken daadwerkelijk werken konden hangen die rechtstreeks met ons onderzoek te maken hadden. En dat maakte het ineens onmogelijk om nog vluchtig langs een schilderij te lopen.

Ieder doek verdiende aandacht.

Vier molens aan de Loosduinsevaart - Apollo van Rijn.

Anita en ik hadden ons opnieuw op de schuttersstukken gestort. We begonnen inmiddels een patroon te herkennen. Bepaalde composities, de manier waarop gezichten werden opgebouwd, de behandeling van handen en vooral de manier waarop licht over een groep mensen viel. Het waren geen bewijzen, maar wel aanwijzingen. Jessica had een andere opdracht.

Zij bewoog zich tussen de landschappen en stadsgezichten en lette vooral op iets wat inmiddels bijna haar specialiteit was geworden: dieren.

Antoinette hield zich wat meer op de achtergrond. Gezien haar leeftijd en gezondheid vonden we het onverantwoord om haar dagenlang tussen de stoffige schilderijen te laten zoeken. Zij had daar gelukkig geen enkel probleem mee. De bibliotheek was voor haar inmiddels bijna een tweede werkplek geworden.

Daar kon ze zitten, lezen, vergelijken en vooral verbanden leggen.

En juist dat laatste bleek opnieuw belangrijk.

We hadden met Anita afgesproken dat we het zoekwerk voorlopig niet steeds zouden onderbreken voor uitgebreid onderzoek. Eerst alles verzamelen wat mogelijk interessant was. Een gevonden schilderij kreeg een snelle eerste beoordeling. Was het resultaat net zo duidelijk als bij de werken die we de vorige dag hadden gevonden, dan was verder onderzoek een kwestie van minuten.

Maar bij twijfel ging het doek apart.

Pas daarna zou Anita zich er volledig in vastbijten.

Het was een efficiënte manier van werken geworden.

En misschien waren we daardoor inmiddels wel een echt team geworden.

Aan het einde van de ochtend kwam Jessica naar ons toe.

Ze had die typische blik die we inmiddels kenden.

Niet de blik van iemand die iets gevonden had waarvan ze zeker wist wat het was, maar de blik van iemand die wist dat ze iets bijzonders had gezien.

“Volgens mij heb ik er weer eentje.”

Anita keek op.

“Volgens jou?”

Jessica grijnsde.

“Ik heb hem voor het gemak maar ‘Grote zwarte hond aan rivier met molens’ genoemd.”

Ze wees naar het doek.

We liepen er met z'n drieën naartoe.

Het schilderij stelde een dorpsgezicht voor met zandpad en een beekje. Op de achtergrond stonden enkele molens langs het water. Een lage horizon, een donkere lucht en op de voorgrond een grote zwarte hond.

Daar bestond eigenlijk geen twijfel over.

Zelfs na alles wat we inmiddels hadden gezien, bleef het vreemd om die hond steeds opnieuw tegen te komen. Alsof hij ons door de eeuwen heen bleef volgen.

Maar deze keer was er nog iets anders.

Jessica wees naar de hoek van het schilderij.

“Daar.”

Een signatuur.

Anita boog zich voorover.

Ik zag haar gezicht veranderen. Niet zoals bij een zekere herkenning, maar juist het tegenovergestelde.

Ze werd voorzichtig.

“Dat is interessant.”

“Dus Apollo?” vroeg Jessica.

Anita schudde haar hoofd.

“Dat zeg ik nog niet.”

Ze bleef naar het doek kijken.

“Er zitten technieken in die ik herken. De manier waarop sommige partijen zijn geschilderd... daar zit iets in. Maar dit is absoluut niet zo duidelijk als de andere vondsten.”

Ze kwam overeind.

“Dit moet ik serieus onderzoeken.”

Jessica keek nog één keer naar Elvis.

“Dus apart?”

“Zet maar bij de andere,” zei Anita. “En laat Antoinette er gelijk even naar kijken.”

We hadden het schilderij nog maar net op zijn plaats gezet toen Antoinette uit de bibliotheek kwam.

Ze had een stapel papieren onder haar arm.

“Jullie zijn toch bezig met die grote zwarte hond?”

“Ja,” antwoordde ik. “Maar Anita moet er nog goed naar kijken.”

Antoinette knikte, maar bleef staan.

“Ik heb ondertussen ook iets gevonden.”

Dat was inmiddels een zin geworden waar niemand meer achteloos op reageerde.

“Wat dan?”

Ze legde de papieren op een tafel.

“Tijdens mijn onderzoek naar Daniël Haringh ben ik een schilderij tegengekomen waarop hij Benedictus de Spinoza heeft geschilderd.”

Ik keek haar verbaasd aan.

“Spinoza?”

“Ja.”

Ze schoof een afbeelding naar ons toe.

“Op zichzelf is dat misschien geen enorme ontdekking. Maar het betekent wel dat we een directe verbinding kunnen leggen tussen Apollo van Rijn en Hendrik van der Spyck.”

Ik keek haar aan.

“Hoe dan?”

Antoinette pakte een stoel en ging zitten.

“Zoals we aannemen is Apollo vanuit Parijs naar zijn neef Daniël Haringh in Loosduinen gegaan. Dat spoor hebben we inmiddels behoorlijk stevig in handen.”

Ze tikte met haar vinger op de afbeelding.

“Daniël Haringh had contact met Benedictus de Spinoza. Dit schilderij bevestigt in ieder geval dat die twee elkaar kenden en dat Daniël hem in ieder geval persoonlijk heeft kunnen portretteren.”

Ze keek ons een voor een aan.

“En Hendrik van der Spyck was de huisbaas van Spinoza. Spinoza huurde het huis aan de Paviljoensgracht van hem.”

Het bleef even stil.

Ik keek naar Anita.

Toen naar Jessica.

Daarna weer naar Antoinette.

“Dus jij zegt eigenlijk dat Apollo via Daniël Haringh in Loosduinen terechtkwam, Daniël contact had met Spinoza en Spinoza vervolgens rechtstreeks verbonden was met Hendrik van der Spyck?”

“Ja.”

“Dat is nogal een keten.”

Antoinette glimlachte.

“Dat zei ik zelf ook al.”

Ze pakte haar papieren weer bij elkaar.

“Misschien is het wat vergezocht. Maar ik vind dat dit informatie is die je moet weten.”

Ik knikte langzaam.

“Daar heb je gelijk in.”

Want hoe vergezocht het op dat moment ook klonk, ik had inmiddels iets geleerd tijdens dit onderzoek.

De meest interessante ontdekkingen waren zelden de dingen die je vooraf verwachtte.

Soms begon een doorbraak met een schilderij.

Soms met een vergeten brief.

En soms met een verband waarvan iedereen aanvankelijk zei dat het waarschijnlijk niets betekende.

Maar juist die vergezochte ideeën hadden ons al meerdere keren op een spoor gezet dat uiteindelijk wél ergens naartoe leidde.

Ik keek nog eens naar de papieren van Antoinette.

Drie namen die op het eerste gezicht weinig met elkaar te maken hadden.

Maar nu stonden ze ineens in dezelfde kamer.

En ergens, diep in mijn gedachten, begon ik me af te vragen of dat werkelijk toeval kon zijn.

Op dat moment wist ik nog niet waar deze nieuwe verbinding ons zou brengen.

Maar één ding wist ik inmiddels zeker.

We waren nog lang niet klaar.

Portret Benedictus de Spinoza van Daniël Haringh.
Portret van Benedictus de Spinoza door Daniël Haringh 1667

Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.

« Vorige Inhoud Volgende »

Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.