De klacht van de klepperman.
Hoofdstuk 56
Nu we steeds sterker het vermoeden krijgen dat Hendrik Haringh een veel grotere en belangrijkere rol in het leven van Apollo van Rijn heeft gespeeld dan we aanvankelijk dachten, verplaatst ons onderzoek zich langzaam van de schilderkunst naar het dagelijks leven van de mensen om hem heen. Niet alleen de schilderijen vertellen hun verhaal; ook oude archieven blijken verrassende puzzelstukjes te bevatten.
Antoinette heeft in de archieven een klein document gevonden. Op zichzelf lijkt het onbeduidend, maar de inhoud zegt misschien wel meer dan men op het eerste gezicht zou denken.
Vrij vertaald staat er het volgende:
Aan Hendrick Haringh, deze 12 april 1656.
Geachte Hendrick Haringh,
Ik, de Kleppelaar, schrijf u dit kladje met ernst over uw gedrag. U laat uw grote losse zwarte hond weer los door de steeg en straat lopen, loopt de kinderen omver, jaagt de mensen op, en de hond heeft gisteren de mand met brood omgestoten bij de bakker, grote schade.
Daarenboven lopen uw katten overal rond, 's nachts klimmen ze op de hooibergen en daken, ze stelen de vis op de markt, maken groot gekijf en gesnauw. De buren klagen daar allemaal over.
U moet de hond aan de ketting houden, of binnen bij huis vast, opdat hij niet meer los zal gaan. De katten moet u ook binnen houden, zodat ze niet meer schade aanrichten in de buurt.
Ik waarschuw u nu voor de derde keer. Indien u niet verbetert, zal ik dit bij de schout en de heren brengen voor een boete en verdere straf.
Dit is mijn vrije en vriendelijke vermaning, want ik wil geen ruzie, maar ordentelijk nabuurschap.
Geschreven te Amsterdam, den 12 april 1656.
— de Kleppelaar
Als we de brief lezen, verschijnt er ineens een heel ander beeld van Hendrick Haringh. Hij blijkt niet alleen een kunstliefhebber of koopman te zijn geweest, maar vooral een groot dierenvriend. Zijn enorme zwarte hond en de katten die overal door de buurt zwierven, lijken een vast onderdeel van zijn dagelijks leven te zijn geweest. Dat maakt de band met Apollo van Rijn ineens een stuk beter voorstelbaar.
Alsof dat nog niet genoeg is, komt Antoinette even later met een foto van een schilderij van Govert Flinck.
Sinds het Schildershuis aan de Lauriergracht zo nadrukkelijk in beeld is gekomen, is ze het werk van Govert Flinck gaan bestuderen. In het Museum voor Schone Kunsten in Gent hangt een schilderij met de veelzeggende titel 'Hendrik Haringh met hond en kat'.
Wanneer we de afbeelding bekijken, vallen we allemaal even stil.
Daar staan ze.
Hendrik Haringh, Elvis en Pluisje.
Het schilderij dateert uit 1655 en moet vrijwel zeker in het Schildershuis aan de Lauriergracht zijn ontstaan.
Hendrik en Govert Flinck waren buren; de kans is groot dat zij elkaar regelmatig hebben ontmoet. En omdat Meisje met de Parel en Tulband al uit 1652 stamt, lijken de aanwijzingen steeds sterker te worden dat Hendrik en Apollo elkaar ook in die jaren al kenden.
Een man die bekendstaat om zijn liefde voor dieren en dagelijks met een imposante Newfoundlander door Amsterdam wandelt, zal ongetwijfeld veel mensen hebben ontmoet. Misschien liep Apollo hem toevallig tegen het lijf. Misschien ontstond er een gesprek. Misschien groeide daaruit een hechte vriendschap. Als dat inderdaad zo is, wordt het ook veel begrijpelijker waarom Hendrik Apollo na het faillissement onderdak zou hebben gegeven.
Wanneer ik later de kantine binnenloop, zie ik Jessica lijkbleek aan een tafeltje zitten.
"Wat is er met jou gebeurd? Heb je een lijk gezien of zo?"
"Ja."
Dat is een kort en bijzonder duidelijk antwoord.
"Wat is er gebeurd?"
"Nou... ik fietste net over de Lauriergracht en daar zag ik Hendrik Haringh doodgemoedereerd lopen. En Elvis liep gewoon achter hem aan. Alsof hij de hond stond uit te laten."
"Ik reed bijna de gracht in."
Ik probeer haar gerust te stellen.
"Deze hele zoektocht doet meer met ons dan we ooit hadden kunnen denken."
Zonder iets te zeggen pakt Jessica haar iPhone en laat me een foto zien.
Op het scherm loopt inderdaad een oudere man langs de Lauriergracht, met een enorme zwarte hond rustig achter zich aan.
"Er loopt een man," zeg ik zo nuchter mogelijk. "En die heeft inderdaad wel iets weg van Hendrik. En die hond is gewoon een Newfoundlander. Die lijken allemaal op elkaar."
Ik hoop dat mijn verklaring haar geruststelt.
Of dat lukt, weet ik niet.
Jessica stopt haar telefoon weer weg, staat op en loopt richting de deur.
Vlak voordat ze de gang in verdwijnt draait ze zich nog één keer om.
"En toch was dat Elvis."
Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.
Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.