De Legende van Apollo van Rijn

De verloren meester terug gevonden

Pluisje met Strik.

Hoofdstuk 40

Je zou denken dat een archivaris als Arthur Scheepmaker, met ruim tweeëndertig jaar ervaring, inmiddels alles wel een keer had meegemaakt. Vergeten archieven, onbekende manuscripten, verloren schilderijen, eeuwenoude kaarten... niets leek hem nog echt te kunnen verrassen.

Maar de telefoon vertelde een ander verhaal.

"Robert... je kunt maar beter meteen naar Amersfoort komen."

Zijn stem klonk gejaagd. Niet paniekerig, maar wel op een manier die ik hem nog nooit had horen spreken.

"Rustig Arthur," zei ik. "Vertel eerst eens wat er aan de hand is."

Ik hoorde hem diep ademhalen.

"Tijdens het uitpakken van één van de boekenkisten vonden we onder een dubbele bodem drie kleine schilderijen op houten paneel. Alle drie duidelijk zeventiende eeuws. Geen enorme meesterwerken, ongeveer A4-formaat, maar... Robert... volgens mij wil je dit met eigen ogen zien."

Dat was voldoende.

"Oké. We komen eraan."

3 schilderijen liggen klaar in het CollectieCentrum Nederland.

Een klein uur later reden Antoinette, Jessica en ik de parkeerplaats van CollectieCentrum Nederland op. Arthur stond ons al op te wachten.

"Ik heb ze nog niet laten registreren," zei hij. "Ik wilde eerst jullie reactie zien."

Op een grote onderzoekstafel lagen drie houten panelen naast elkaar.


Jessica stapte onmiddellijk naar voren.

"Dat is Elvis..."

Ze wees naar het eerste schilderij.

De bekende zwarte Newfoundlander zat ontspannen terwijl een man hem liefdevol over zijn rug aaide. Op de achtergrond twee vrouwen en op tafel wat bussen en een boek. Op de grond lagen nog meer boeken.

"Wat een vreemd tafereel," mompelde Antoinette.

"Alsof Elvis belangrijker is dan alles wat er om hem heen gebeurt."


Jessica was inmiddels doorgegaan naar het tweede paneel.

"En dit is Pluisje."

Iedereen glimlachte.

In dit en-profil portret was Pluisje groot afgebeeld. Om haar kop zat een opvallend grote rode strik die fel afstak tegen haar lichte vacht. Ondanks de eenvoud straalde het schilderijtje iets teder en vrolijks uit.

"Wie geeft een kat nou een rode strik?" vroeg ik lachend.

"Apollo waarschijnlijk," antwoordde Jessica. "Hij deed wel vaker onverwachte dingen."


Het derde paneel voelde direct anders.

Ook hier was Elvis afgebeeld, maar de sfeer was onrustig. De penseelstreken waren grover. De compositie oogde rommeliger en de kleuren donkerder. Waar Apollo normaal rust en balans wist te creëren, leek hier juist spanning vanaf te spatten.

"Dit voelt... boos," zei Antoinette zacht.

Ik knikte.

"Alsof iemand zijn frustratie op het doek heeft losgelaten."

Man die Elvis aait

Naast de schilderijen stond nog steeds de oude houten kist waarin ze hadden gezeten.

Jessica bukte zich.

"Hier staat iets."

Met haar vingers veegde ze voorzichtig stof weg.

Maria Fourmenois.

"Wie is dat?" vroeg ze.

Antoinette en ik keken elkaar aan.

Geen van beiden wist het.

"Dat zoeken we straks uit," zei Antoinette.


We besloten de complete kist mee te nemen. Gelukkig bood de achterbak van mijn Volvo V90 meer dan genoeg ruimte.

Onderweg belde ik Anita.

"We komen eraan."

"Dat hoor ik aan je stem," lachte ze. "Ik zet het laboratorium alvast klaar."


In wat ik inmiddels gekscherend het AnitaLAB noemde, werden de drie panelen zorgvuldig op de onderzoekstafel gelegd.

Terwijl Anita haar eerste technische inspectie uitvoerde, dook Antoinette in de historische bronnen.

Na nauwelijks twintig minuten draaide ze haar laptop naar ons toe.

"Maria Fourmenois was de tweede vrouw van Matthijs Musson."

"Musson..." zei ik langzaam.

"Die naam ken ik ergens van."

Ik sloot mijn ogen.

Toen schoot het me ineens te binnen.

"Wacht."

Ik rende mijn kantoor in en haalde een klein, inmiddels verkreukeld briefje uit de binnenzak van mijn jas.

Hetzelfde briefje dat ik ooit op de vloer van boekhandel Jacob had gevonden.

Ik legde het voor Anita neer.

"Kun je dit meenemen in je onderzoek?"

Ze glimlachte.

"Steeds als ik denk dat jullie niets nieuws meer kunnen vinden, komen jullie weer met iets onverwachts."


Studie voor schilderij Pluisje met strik van Apollo van Rijn

Ondertussen kwam uit de kist nog een losse schets tevoorschijn.

Het was duidelijk een voorstudie van het schilderij met Pluisje.

Jessica keek er zwijgend naar.

"Er beginnen wel heel veel puzzelstukjes dezelfde kant op te vallen."


"En?" vroeg ik uiteindelijk.

"Wat is jullie eerste indruk?"

Anita zette haar loep neer.

"Het hout, de grondering en de pigmenten ogen overtuigend voor de tweede helft van de zeventiende eeuw. Zonder verder onderzoek durf ik geen definitieve uitspraken te doen, maar een datering ergens tussen 1650 en 1670 lijkt mij zeker verdedigbaar."

Jessica knikte.

"Twee keer Elvis. Eén keer Pluisje. Daar twijfel ik geen seconde aan."

Antoinette keek ondertussen naar het eerste schilderij.

"Weet je waar dit me aan doet denken?"

Ze draaide haar scherm.

"Het Bezoek van de Dokter van David Teniers de Jonge."

We vergeleken beide afbeeldingen.

Niet alleen de compositie, maar ook de losse schilderwijze vertoonde opvallende overeenkomsten.

"Dat zou heel goed dezelfde kunstenaar kunnen zijn," zei Anita voorzichtig. "Maar daarvoor moeten we eerst het verfonderzoek afwachten."

Daarna wees Antoinette naar het portret van Pluisje.

"En deze..."

Ze glimlachte.

"Die is duidelijk Apollo van Rijn. Maar die rode strik... vreemd genoeg doet het kleurgebruik me denken aan veel later werk van Vincent van Gogh. Niet als bewijs, maar puur als gevoel."

Ik moest lachen.

"Van Gogh blijft ons achtervolgen."


Mijn aandacht ging opnieuw naar het derde schilderij.

Er bleef iets wringen.

Het leek op Apollo.

En toch ook weer niet.

De penseelvoering was harder, feller en bijna agressief.

Alsof alle rust uit zijn werk verdwenen was.

Toen Anita het paneel voorzichtig optilde, bleef ik plotseling stil staan.

"Er staat iets op de achterkant."

Met moeite ontcijferden we de tekst.

De rijke dwaas die alles verloor.

Antoinette keek geschokt op.

"Natuurlijk..."

Ze bleef enkele seconden zwijgen.

"Nu zie ik het pas."

"Wat?" vroeg Jessica.

"Rembrandt."

Ze wees naar het schilderij.

"Dit verwijst vrijwel zeker naar Rembrandts "Gelijkenis van de rijke dwaas" uit 1627. De overeenkomst is veel te groot om toeval te zijn."

De ruimte werd stil.

Langzaam begon het besef door te dringen.

Misschien was dit helemaal geen gewone studie.

Misschien keek Apollo hier niet naar een Bijbels verhaal.

Misschien keek hij naar zijn leermeester.

Naar de man die alles had verloren.

En misschien...

...was dit wel het enige schilderij waarop Apollo van Rijn niet alleen zijn vakmanschap, maar ook zijn verdriet en woede had vastgelegd.

Het verlies van zijn vertrouwde omgeving, zijn atelier, wellicht gevolgt door een breuk met z'n leermeester en vriend, dit schilderij moet zijn manier zijn geweest om alles te verwerken.

de Gelijkenis van de arme schilder van Apollo van Rijn, zijn uiting van verdriet naar Rembrandt.
Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.
« Vorige Overzicht Volgende »

Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.