De Legende van Apollo van Rijn

De verloren meester terug gevonden

Nieuw inzicht door de vergelijkingen

Hoofdstuk 26

Jessica heeft inmiddels alle bekende werken van Apollo van Rijn naast vergelijkbare schilderijen van andere meesters gezet. Door de schilderijen letterlijk naast elkaar te leggen ontstaan nieuwe vragen, maar ook onverwachte inzichten.

Hirox onderzoek
1650 Nachtbrakers vs. Nighthawks (1942) Edward Hopper
1651 De Bemiddelaar vs. De Koppelaarster (1625) Gerard van Honthorst
1651 Zelfportret met Boek vs. Zelfportret als de apostel Paulus (1661) Rembrandt
1651 Zelfportret als schilder vs. Zelfportret (1630) Judith Leyster
1652 Meisje met de Parel en Tulband vs. Meisje met de parel (1665) Johannes Vermeer
1653 Kaarslicht vs. Oude vrouw dekt een kaars af (ca. 1620) Gerard van Honthorst
1656 Eenzaam in Amsterdam vs. Automat (1927) Edward Hopper

Wat direct opvalt is dat de twee schilderijen die sterke overeenkomsten vertonen met het werk van Gerard van Honthorst beide een afbeelding van Arnold bevatten. Opvallend genoeg komt Arnold op geen enkel ander schilderij van Apollo voor. De vraag dringt zich op of Arnold misschien een bijzondere rol heeft gespeeld bij juist deze werken.


De overeenkomsten met de schilderijen van Edward Hopper zijn van een heel andere orde. Tussen Apollo en Hopper zit bijna drie eeuwen, waardoor een directe relatie onmogelijk lijkt. Toch zijn vooral Eenzaam in Amsterdam en Automat zo opvallend vergelijkbaar dat Jessica zich hardop afvraagt of Hopper ooit een onbekend werk van Apollo moet hebben gezien.


De overeenkomst tussen Zelfportret met Boek van Apollo en Rembrandts Zelfportret als de apostel Paulus lijkt eenvoudiger te verklaren. Als Apollo daadwerkelijk in het atelier van Rembrandt heeft gewerkt, dan heeft Rembrandt het schilderij vrijwel zeker gezien. De invloed zou in dat geval dus juist van Apollo naar Rembrandt kunnen zijn gegaan.


Voor het Zelfportret als schilder ziet Jessica een andere verklaring. Dat schilderij kan heel goed zijn geïnspireerd op het Zelfportret van Judith Leyster. Via haar echtgenoot Jan Miense Molenaer, schilder én kunsthandelaar, zou Apollo met haar werk in aanraking kunnen zijn gekomen. Tussen 1636 en 1648 woonde het echtpaar immers in Amsterdam.


Alleen de link met Vermeer blijft vooralsnog een raadsel. Omdat Pluisje op meerdere schilderijen voorkomt die tussen 1650 en 1656 zijn geschilderd, moet er volgens Jessica ergens een ontbrekend puzzelstuk zijn dat ook deze opmerkelijke overeenkomst kan verklaren.


Jessica besluit daarop een nieuw onderzoek te starten. Ze vraagt Anita om alle schilderijen opnieuw te laten onderzoeken, maar ditmaal niet afzonderlijk. Elk werk wordt rechtstreeks vergeleken met schilderijen van Rembrandt, Vermeer, Hopper, van Honthorst en Leyster. Niet alleen de pigmenten, maar ook de verfopbouw, de penseelvoering en zelfs de kleinste details worden opnieuw onder de microscoop gelegd.

Het doel is duidelijk: bewijs vinden dat Apollo niet alleen in het atelier van Rembrandt aanwezig was, maar ook daadwerkelijk met dezelfde materialen heeft gewerkt. Als dat lukt, zou Apollo tussen 1650 en 1656 definitief aan het atelier van Rembrandt kunnen worden gekoppeld.

En juist tijdens dat vergelijkende onderzoek doet Anita een opmerkelijke ontdekking.

De gebruikte pigmenten blijken zonder enige twijfel identiek te zijn aan die in het werk van Rembrandt uit dezelfde periode. Dat is al bijzonder, maar het echte bewijs lijkt uit een onverwachte hoek te komen.

Rembrandt paste regelmatig de techniek sgraffito toe. Daarbij gebruikte hij de achterkant van zijn penseel om natte verf voorzichtig weg te krassen en zo fijne krullen, haren en andere details aan te brengen. Bij één van zijn penselen moet ooit een minuscuul stukje van de houten steel zijn afgebroken. Op zichzelf was dat nooit van belang geweest.

Maar nu de schilderijen naast elkaar worden onderzocht, valt iets op dat niemand had verwacht. De fijne krasjes die met de achterkant van dat beschadigde penseel zijn gemaakt, vertonen op meerdere schilderijen van Apollo exact dezelfde microscopische afwijking als in werken van Rembrandt. Het is een detail dat met het blote oog onmogelijk te zien is, maar onder de microscoop laat het zich niet ontkennen.

Niet alleen lijken de schilderijen met dezelfde verf te zijn gemaakt.

Ze lijken zelfs met hetzelfde penseel te zijn geschilderd.

sgraffito van Apollo van Rijn
Let op: De Legende van Apollo van Rijn is een fictief verhaal. Lees meer op de pagina Over dit project.
« Vorige Overzicht Volgende »

Vond je dit leuk om te zien? Meld je aan voor de nieuwsbrief en mis geen enkele update.